Scheer jeugdige veelplegers niet over één kam
Jonge criminelen die geregeld met politie en justitie in aanraking komen, kunnen worden onderscheiden in vier categorieën, zo blijkt uit Utrechts onderzoek. Goed zicht op de verschillen tussen die categorieën is onmisbaar voor een effectieve aanpak.
‘Jeugdige veelplegers vormen voor justitie een groot probleem’, zegt de Utrechtse hoogleraar Jeugdrechtspleging Ido Weijers. ‘Maar dat komt vooral omdat tot nu toe nooit goed is gekeken naar wie ze zijn en waar ze vandaan komen. De een heeft last van ernstige gedragsproblemen, terwijl een ander op het criminele pad raakt door de problematische situatie in het gezin. Zolang de kinderrechter geen rekening houdt met die verschillende achtergronden, zal het uitdelen van straffen weinig zoden aan de dijk zetten.’
Gerichte benadering
Vorige week publiceerde een groep onderzoekers onder leiding van Weijers de uitkomsten van een onderzoek, dat in opdracht van het Utrechtse Openbaar Ministerie is verricht. In het rapport Jeugdige Veelplegers pleiten zij op basis van een analyse van een groot aantal dossiers van jonge delinquenten in de regio Utrecht voor een meer gerichte benadering van deze uiterst problematische groep criminele jongeren.
Etnische achtergrond
De onderzoekers keken onder meer naar factoren zoals etnische achtergrond, leeftijd, het soort en aantal gepleegde delicten, maar ook naar de kenmerken van de daders en naar de gezinnen waarin zij opgroeien.
Uit het rapport blijkt dat jeugdige veelplegers rond hun dertiende levensjaar voor het eerst in aanraking te komen met de politie. Hoewel de helft van hen van Marokkaanse afkomst is en slechts ruim een kwart van Nederlandse, worden de ernstigste gevallen juist onder de autochtone Nederlanders aangetroffen. Die worden bovendien gemiddeld voor aanzienlijk meer delicten opgepakt en hebben een aanmerkelijk langere criminele carrière dan hun Marokkaanse leeftijdsgenoten.
Vier categorieën
De voornaamste aanbeveling van de onderzoekers is om jeugdige veelplegers onder te verdelen in vier categorieën en daarmee bij het opleggen van straffen rekening te houden. De eerste, relatief kleine, categorie bestaat uit jongeren met ernstige gedragsproblemen die afkomstig zijn uit stabiele gezinnen. In de tweede groep is juist de gezinssituatie problematisch. Hier kan sprake zijn van seksueel misbruik, geweld, verslaving, financiële wantoestanden en/of psychiatrische stoornissen. De derde categorie kenmerkt zich door een combinatie van beide. Min of meer apart staat een vierde categorie van jeugdige veelplegers uit gezinnen waarin criminaliteit als normaal wordt beschouwd.
Geen IQ-test
‘Het grote probleem in de jeugdrechtspraak’, zegt Weijers, ‘is dat die vier categorieën tot nu toe min of meer over één kam worden geschoren. Hierdoor krijgen jeugdige veelplegers vaak routinestraffen in plaats van een op hun situatie toegesneden aanpak. Het gezin komt tijdens de zitting bijvoorbeeld niet of nauwelijks in beeld. Wat mij nog meer heeft verbaasd, is dat in nog niet de helft van de gevallen die wij hebben bestudeerd, een IQ-test bij de verdachte is afgenomen. Waar dat wel is gebeurd, blijkt dat het IQ van veelplegers gemiddeld zo laag is dat alleen dat al een meer gerichte aanpak rechtvaardigt.’
Gebruik die therapieën
In hun rapport doen de onderzoekers de voor de hand liggende aanbeveling aan de kinderrechter om bij het bepalen van het vonnis rekening te houden met de verschillen. Weijers: ‘Jongeren met gedragsproblemen hebben vooral baat bij intensieve psychiatrische behandeling. Waar de gezinssituatie daartoe aanleiding geeft moet wat ons betreft bovendien het hele gezin bij de behandeling worden betrokken. Daarvoor zijn inmiddels heel goede therapieën ontwikkeld, dus ik zou zeggen, gebruik die dan ook.’
Lastige groep
In de eerste drie categorieën kan een meer gerichte aanpak volgens Weijers effect hebben, al waarschuwt hij voor overdreven optimisme. ‘We hebben hier te maken met een relatief kleine, maar uiterst lastige groep jeugdige delinquenten. Ik denk dat we al blij mogen zijn wanneer we met de door ons bepleite aanpak een teruggang in de recidive van een procent of dertig bewerkstelligen.’
Voor jongeren uit de vierde categorie lijkt de genoemde aanpak hem echter weinig kansrijk. ‘Als crimineel gedrag in een gezin normaal wordt gevonden, dan kun je weinig meer doen dan door stevige straffen duidelijk maken dat de maatschappij daar anders over denkt. Wel denken wij dat het kan helpen om jongeren uit dit soort gezinnen scholing aan te bieden en ze te helpen bij het vinden van werk.’ (EH)
Klik hier voor meer informatie over Ido Weijers
© Psy 24-02-2010








