Gedragstherapie voegt niets toe aan medicatie alcoholisten
Als alcoholverslaafden het medicijn Campral krijgen is psychosociale behandeling niet nodig. Gedragstherapie voegt niets toe. Dat blijkt uit promotieonderzoek van Wencke de Wildt.
De gangbare behandeling van alcoholverslaafden is pillen en praten. Medicijnen als Campral (acamprosaat) en Naltrexon onderdrukken het sterke verlangen – craving - naar alcohol, psychosociale behandeling moet de motivatie om van drank af te blijven versterken. Onderzoek heeft aangetoond dat medicatie het effect van psychosociale begeleiding verhoogt.
Medicatietrouw
Aangenomen werd dat dat omgekeerd ook geldt: psychotherapie zou medicatietrouw en abstinentie bevorderen. Uit onderzoek van Wencke de Wildt, waarop ze 3 maart promoveert aan de Universiteit van Amsterdam, blijkt echter dat psychotherapie geen toegevoegde waarde heeft voor Campral-gebruikers.
Geen verschil
Ze vergeleek drie groepen alcoholverslaafde patiënten. Een groep kreeg alleen Campral, de andere groep kreeg daarnaast motiverende gesprekken, de derde groep kreeg naast Campral korte cognitieve gedragstherapie. Het behandelresultaat was in alle groepen hetzelfde. Er was geen verschil in het aantal drop-outs, behandelduur, medicatietrouw, psychisch functioneren en abstinentie. In alle groepen kon zo’n twintig procent zes maanden na de behandeling van de drank afblijven.
Naltrexon
De Wildt, psycholoog bij de Amsterdamse verslavingszorginstelling Jellinek: ‘Als de voorschrijvende arts de patiënt goed in de gaten houdt, hem regelmatig ziet, aandacht besteedt aan eventuele bijwerkingen en het alcoholgebruik bespreekt, is dat op zich een afdoende behandeling.’ Overigens geldt deze bevinding alleen voor Campralgebruikers. Uit ander onderzoek blijkt dat patiënten die Naltrexon gebruiken wel extra baat hebben bij cognitieve gedragstherapie. Waar hem dit verschil in zit, heeft De Wildt in haar onderzoek niet kunnen achterhalen.
Vragenlijst
Een andere opmerkelijke bevinding uit haar onderzoek is dat craving maar een bescheiden voorspeller is voor terugval na een succesvolle behandeling. Men gaat er in het algemeen van uit dat hoe sterker de hunkering is naar alcohol, hoe groter de kans op terugval. Met een door de patiënt zelf in te vullen vragenlijst wordt de mate van craving bepaald. De Wildt: ‘De uitkomsten van die Obsessive Compulsive Drinking Scale geven slechts een beperkte indicatie voor de kans op terugval.’
Versnelde hartslag
De kans op terugval valt beter in te schatten op basis van fysieke verschijnselen, zoals een versnelde hartslag bij het zien van alcohol, of neurocognitieve functies. Met testjes op de computer en hersenonderzoek zijn dergelijke reacties vast te stellen. Mensen bij wie de kans op terugval groot blijkt te zijn moeten, aldus De Wildt, na de behandeling extra goed in de gaten gehouden worden, bijvoorbeeld met telefonische contacten. (MvR)
Het proefschrift Alcohol dependence: treatment effectiveness and the concept of craving is te verkrijgen bij wencke.de.wildt@arkin.nl
© Psy 24-02-2010








