Afwijzing ouders lokt antisociaal gedrag kind uit
Of kinderen probleemgedrag ontwikkelen, hangt in hoge mate van hun ouders af. Maar ook leeftijdgenoten dragen daar hun steentje aan bij.
Dat blijkt uit een studie van orthopedagoge Miranda Sentse die hier op 4 maart aan de Rijksuniversiteit Groningen op promoveert. Stentse baseert zich op de gegevens van ruim tweeduizend jongens en meisjes, tussen de tien en veertien jaar, uit het noorden des lands. Naast de gezinssituatie en de relatie met leeftijdsgenoten is ook het karakter van het kind van invloed op de ontwikkeling van agressief gedrag (vooral bij jongens) of depressieve gevoelens (bij meisjes).
Kille houding
Een afwijzende en kille houding van de ouders vergroot sterk de kans dat kinderen zich problematisch gaan gedragen. ‘Vooral meisjes zijn daar ontvankelijk voor en gaan zich daardoor depressief voelen’, zegt Sentse. Een remedie daartegen is een goede verstandhouding met leeftijdsgenoten. Omgekeerd geldt dat veel minder. ‘Als een kind bijvoorbeeld op school gepest wordt, helpt het niet veel wanneer ze van haar ouders veel steun ontvangt.’
Te veel controle
Jongens zijn vooral gevoelig voor controle door ouders. Als ze met antisociale vrienden omgaan en hun ouders houden amper toezicht, is de kans groot dat ze zelf antisociaal gedrag ontwikkelen. ‘Maar’, zegt Sentse, ‘te veel controle kan ook averechts werken. Zeker bij jongens die in hun ontwikkeling vooruitlopen op hun leeftijdgenoten. Die hebben een grote drang om op eigen benen te staan.’
Negatieve invloeden
In het algemeen geldt dat negatieve invloeden zwaarder op de gemoedstoestand van kinderen drukken dan positieve krachten. Sentse vermoedt dat dat komt doordat kinderen het de gewoonste zaak van de wereld vinden dat ouders hen steunen en hen accepteren. De vraag wie de grootste invloed op tieners heeft: ouders of leeftijdgenoten, valt volgens de onderzoekster niet te beantwoorden. Duidelijk is echter ouders met hun houding een fors stempel drukken op het gedrag van hun kroost.
Opvoedingsinterventies
Sentse is zelf niet werkzaam in de opvoedingspraktijk. Toch denkt ze dat haar onderzoek kan bijdragen aan de verbetering van opvoedingsinterventies. ‘Als mijn onderzoek iets leert, is dat het weinig zinvol is om je bij de aanpak van probleemgedrag alleen op het kind te richten. Je moet daar zeker de ouders bij betrekken en liefst ook de klasgenoten en de vrienden van het kind.’ (MvK)
De afzonderlijke artikelen uit het proefschrift Bridging contexts. The interplay between family, child, and peers in explaining problem behavior in early adolescence staan hier
© Psy 25-02-2010








