Hulpverlener moet onderzoeken waarom patiënt zijn pillen laat staan
Ongeveer de helft van de patiënten die antipsychotica slikt, laat de pillen voor kortere of langere tijd staan. Motiverende gesprekstechniek helpt niet tegen medicatie-ontrouw en diverse meetinstrumenten hebben weinig voorspellende waarde. ‘Luister naar de afwegingen van de patiënt en stem je interventies daarop af.’
Psycholoog Martijn Kikkert promoveert op 11 maart op een proefschrift over medicatietrouw bij patiënten met schizofrenie. Hij onderzocht met een gerandomiseerde gecontroleerde studie in vier Europese steden of motiverende gesprekstechnieken (‘adherence therapie’) de medicatietrouw verbetert bij patiënten die antipsychotica slikken. Na een jaar bleek dat de groep die motiverende gesprekstherapie kreeg, op geen enkel punt beter scoorde dan de controlegroep.
Resultaten teleurstellend
Daarnaast onderzocht en vergeleek de promovendus drie bekende meetinstrumenten waarmee de therapie-ontrouw opgespoord kan worden. De resultaten waren ‘dramatisch’ in de zin dat ze niet konden voorspellen welke patiënten zouden stoppen met hun medicatie en ze vertoonden nauwelijks overlap in de bekende risicofactoren. Daarop ontwikkelde Kikkert een eigen meetinstrument. Maar ook daarvan waren de resultaten teleurstellend. De verklaring daarvoor zou kunnen liggen in het feit dat zijn toch al niet grote onderzoeksgroep relatief weinig patiënten bevatte die hun pillen lieten staan.
Afwegingen van de patiënt
De vraag die overblijft, is hoe medicatie-ontrouw dan wel moet worden aangepakt. Het antwoord van Kikkert is: ‘De hulpverlener moet precies nagaan wat de afwegingen van de patiënt zijn om wel of geen pillen te slikken en de specifieke interventies daarop laten aansluiten.’ Interventies zijn er genoeg, aldus Kikkert, van psycho-educatie tot het inschakelen van de familie. ‘Maar niet één springt eruit als duidelijk effectief. Dat komt omdat er heel veel redenen zijn om met medicatie te stoppen.’
Vervelende bijwerkingen
Het is Kikkerts ervaring dat patiënten vaak heel goed kunnen uitleggen waarom ze pillen slikken. ‘Ze stellen zich eenvoudigweg de vraag: voel ik mij beter met of zonder pillen?’ Ze wegen de succesvolle onderdrukking van symptomen af tegen de vervelende bijwerkingen. ‘Als een patiënt stabiel is en weinig positieve symptomen heeft, dan werken de pillen alleen als preventief middel om op termijn een terugval te voorkomen’, aldus de onderzoeker. ‘Dan hangt het van zijn ziekte-inzicht af of hij ze blijft slikken. Heeft hij het besef dat hij kan terugvallen?’
Nauwelijks effectief
Kikkert vindt het overigens niet zo verbazingwekkend dat de helft van de patiënten niet zo trouw zijn antipsychotica slikt. ‘Bij een kwart tot een derde is deze medicatie niet of nauwelijks effectief in het onderdrukken van symptomen. Patiënten voelen zelf uitstekend aan als ze minder klachten hebben. Het is dan niet vreemd dat ze gaan uitproberen of ze met minder toekunnen.’ Dat betekent overigens niet dat stoppen van medicatie bij minder klachten altijd handig is. Kikkert: ‘Afbouwen zonder terugval is slechts voor een enkeling weggelegd.’
Begrip tonen
Hulpverleners moeten zich verplaatsen in de patiënt die geneigd is te stoppen met zijn medicatie en daar begrip voor tonen, vindt Kikkert. ‘En als er wordt geminderd, dan moet dat heel gecontroleerd. De hulpverlener moet de patiënt veel zien en de vinger aan de pols houden. Want de kans op terugval blijft groot’ (ML)
Martijn Kikkert is werkzaam als onderzoeker bij de Amsterdamse ggz-instelling Arkin. Op 11 maart promoveert hij aan de Universiteit van Amsterdam op het proefschrift Medication adherence in patiënts with schizophrenia: a means to an end.
© Psy 03-03-2010







