Te weinig aandacht voor verslaafde schizofrenie-patiënt
In de meeste ggz-instellingen is de schizofreniezorg goed georganiseerd. Het schort echter nog wel te vaak aan een goede aanpak van verslaving. Dat concludeert de Inspectie voor de Gezondheidszorg. Ook worden patiënten en familie te weinig bij de behandeling betrokken.
Voor een thematisch onderzoek naar de zorg aan verslaafde schizofreniepatiënten bezocht de inspectie 33 geïntegreerde ggz-instellingen. Hier wordt zorg zowel klinisch, ambulant, poliklinisch en in een beschermende woonvorm integraal aangeboden. De inspectie concludeert dat in 26 instellingen de zorg zodanig wordt georganiseerd en uitgevoerd dat (verslaafde) schizofreniepatiënten nauwelijks een risico lopen op onverantwoorde zorg. In deze instellingen is de psychiatrische diagnostiek op orde en wordt gewerkt volgens de multidisciplinaire richtlijn schizofrenie uit 2005.
Intensief toezicht
In zes instellingen bestaat een verhoogd risico op onverantwoorde zorg. Deze instellingen hebben een plan van aanpak gemaakt om de zorg te verbeteren. Dit zijn GGZ Dijk en Duin, AMC de Meren (Arkin), GGZ Centrum Westfriesland, Reinier van Arkelgroep, Parnassia Bavo groep/Bavo Europoort locatie Rotterdam, en GGNet. In 2010 toetst de inspectie de voortgang van die plannen.
Binnen één instelling, Emergis in Kloetinge, loopt de patiënt een hoog risico op onverantwoorde zorg. Hier heeft de inspectie een geïntensiveerd toezicht ingesteld.
Verslaving weinig aandacht
Mensen met schizofrenie vormen een kwetsbare groep patiënten en die kwetsbaarheid wordt nog groter wanneer ook sprake is van problematisch drank- of drugsgebruik. Ongeveer veertig procent van de patiënten gebruikt overmatig alcohol, twintig procent gebruikt cannabis en zeven procent gebruikt cocaïne. Toch heeft maar een beperkt aantal instellingen een duidelijk vastgestelde visie op drugsgebruik, constateert de inspectie. Ook is er vaak geen beleid dat omschrijft hoe met verslaving moet worden omgegaan in de behandeling en hoe het drugsgebruik binnen de instelling is terug te dringen. Volgens de inspectie heeft brancheorganisatie GGZ Nederland al de regie op zich genomen om dit beleid beter te verspreiden.
Patiënt en familie betrekken
Beleid om patiënten en familie bij de behandeling te betrekken is bij te veel instellingen nog afwezig, meent de inspectie. In vijftien van de 33 instellingen is een protocol aanwezig dat aangeeft hoe de wensen van de patiënt in het behandelplan moeten worden vastgelegd. Niet meer dan drie instellingen hebben beleid voor de wensen van familieleden. De inspectie vindt dat onder de maat, zeker omdat bekend is dat de beste behandelresultaten worden geboekt als patiënt en familie worden betrokken bij de behandeling.
Verder constateert de inspectie dat veel instellingen onvoldoende systematisch het suïciderisico van patiënten inschatten. Ook is meer aandacht nodig voor de lichamelijke gesteldheid van de patiënten. (SvD)
Lees hier het rapport van de inspectie
Lees hier het bericht ‘Contact tussen hulpverlener en familie moet vanzelfsprekend worden’
Lees hier het artikel Familie staat nog steeds buiten de deur
©Psy, 30-06-09








