17 mei 2012

‘We hebben maar 200 ouderenpsychiaters. Dat is een groot probleem’

Max Stek is als opvolger van Piet Eikelenboom de nieuwe hoogleraar ouderenpsychiatrie van VUmc. In zijn oratie op 3 november zal Stek onder meer pleiten voor meer kennis over het verband tussen depressie en verouderen. En meer ouderenpsychiaters.

Max Stek, hoogleraar ouderenpsychiatrie

Wat is de kern van uw oratie?
‘Twee zaken staan voor mij centraal. Ten eerste moeten we doorgaan met het vergaren van kennis over het samenspel van depressie en veroudering. Nederland heeft wetenschappelijk gezien een zeer behoorlijke positie op dit terrein. Maar in de uitvoering van de specialistische behandelpraktijk lopen we achter. In vergelijking met andere landen hebben we weinig ouderenpsychiaters. En dat is mijn tweede punt: we moeten snel meer nieuwe psychiaters opleiden voor het specialisme ouderenpsychiatrie.’

We hebben te weinig ouderenpsychiaters?
‘Ja, er is beslist een inhaalslag nodig om snel meer ouderenpsychiaters in de praktijk aan het werk te krijgen. Van de drieduizend leden die de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie telt, houden zich zo’n tweehonderd psychiaters (deels) bezig met het aandachtsgebied ouderenpsychiatrie. Dat is niet veel. Ter vergelijking: er zijn zeshonderd kinder- en jeugdpsychiaters. We kunnen dus absoluut spreken van een probleem. Per 1 januari 2011 treedt het nieuwe opleidingsplan voor psychiaters in werking. De NVvP heeft er hard aan gewerkt de ouderenpsychiatrie als deelspecialisme op de kaart te zetten. In landen als het Verenigd Koninkrijk bestaat het specialisme al langer en daar zijn dan ook meer ouderenpsychiaters actief.’

U stelt dat twintig procent van de ouderen last heeft van depressieve klachten. Is dat een hard getal of een schatting?
‘Dat is absoluut een hard getal. Omgerekend gaat het nu om zo’n 700.000 ouderen. Vanaf de jaren ’90 is hier veel epidemiologisch onderzoek naar gedaan. Het gaat weliswaar niet altijd om ernstige depressies, maar om relatief milde klachten. Toch moeten we die niet onderschatten. De negatieve effecten op de kwaliteit van leven, op de belasting van partners en familie, op fysieke aandoeningen, zorggebruik en zelfredzaamheid zijn erg groot. Ook is er in deze groep ouderen veel meer sterfte dan bij ouderen die niet aan depressie lijden. Dat is veelal het gevolg van hart- en vaatziekten. En die zijn vaak een gevolg van de directe effecten van depressie, zoals minder bewegen, het slechter innemen van medicatie en slechte zelfzorg,’

Preventie moet meer aandacht krijgen?
‘Jazeker, want een depressie veroorzaakt veel ellende. Het is dus erg belangrijk tijdig iets aan een beginnende depressie te doen. Nu zijn er verschillende vormen van depressie en wij denken dat die ook een verschillende invloed kunnen hebben op het ontstaan van bijvoorbeeld dementie. Het onderzoek op dit terrein is nog in ontwikkeling. De komende tijd willen we ons richten op het ontrafelen van deze verbanden en proberen verschillende typen depressie beter te onderscheiden.’

U bent als psychiater gespecialiseerd in elektroconvulsietherapie, ect. Is ect ook toepasbaar op verzwakte ouderen met een depressie?
‘Als mensen lijden aan een zeer ernstige depressie, is ect een uitstekend alternatief. Ook ouderen met allerlei lichamelijke gebreken verdragen ect opmerkelijk goed. We behandelen hier verscheidene patiënten tussen de tachtig en 95 jaar en met meerdere lichamelijke aandoeningen. Kwetsbare ouderen kortom, die hier regelmatig komen voor een onderhouds-ect. Bij ect is sprake van een lichte en zeer kortdurende narcose. Het risico van een delier na narcose komt bij ect vrijwel niet voor. Dat zie je wel bij ouderen die een heupoperatie moeten ondergaan: dan ontstaat als gevolg van de langdurige narcose in combinatie met kwetsbaarheid veel vaker een delier.’

Is preventie van depressie bij ouderen in Nederland al goed ingeburgerd?
‘Niet voldoende systematisch, nee. Er lopen intussen wel verschillende projecten in de ggz, maar het blijft moeilijk deze mensen te bereiken. In Nederland is goed wetenschappelijk onderzoek gedaan op dit vlak. Dat laat zien dat relatief eenvoudige interventies, zoals in korte gesprekjes het probleemoplossend vermogen vergroten, bewegen, en zogeheten life-reviews, levensgeschiedenissen, heel goed helpen om milde depressies onder controle te krijgen. In het najaar start in Amsterdam en omgeving het grootschalig project “Levenslust” waarbij dergelijke interventies worden toegepast bij thuiswonende ouderen. Ik verwacht daar veel van.’ (SvD)

©Psy, 01-11-2010