'Als ervaringsdeskundige ken je de pijn van de straat'
Leeuwarden heeft als eerste gemeente een Wmo-adviesraad geïnstalleerd van cliënten uit de daklozenopvang, verslavingszorg en geestelijke gezondheidszorg. Voorzitter is de 31-jarige Sylvia Mac Gillavry, zelf ex-verslaafd en ex-dakloos. 'Veel mensen hebben de standaard-zwerver in gedachten.'
Waarom wilde je in deze raad zitten?
‘Vooral omdat ik zelf als ex-verslaafde en ex-dakloze inspraak wilde hebben in het gemeentelijk beleid. Ik was daarvoor al actief op landelijk niveau. Ik zit bij de Werkplaats Maatschappelijke Opvang van het LOC Zeggenschap in zorg waarbij we met negen mensen uit het hele land gemeenten adviseren over het beleid voor dak- en thuislozen, verslaafdenzorg, vrouwenopvang en zwerfjongeren. Daarbij werken we onder andere samen met Movisie en een onderzoeksbureau van het ministerie van VWS.’
Wat is de taak van de WMO-adviesraad?
‘De Wmo is een participatiewet die alle burgers, maar vooral mensen met beperkingen, in staat stelt om mee te doen aan de maatschappij. Dat kan gaan om wonen, hulpmiddelen, zorg of begeleiding. De doelgroep waar wij voor staan, dak- en thuislozen, verslaafden, vrouwenopvang en zwerfjongeren, zijn groepen die minder bekend zijn en nog minder gehoord worden door gemeenten. Maar ze zullen toch naar het gemeenteloket moeten als ze in het kader van participatie iets willen. Om die mensen een stem te geven en om hen en de gemeente dichter bij elkaar te brengen, is die Wmo-raad in het leven geroepen. In onze raad zijn mensen uit alle cliëntenraden van Leeuwarden vertegenwoordigd. Samen zullen we gevraagd en ongevraagd advies geven aan de gemeente. Alles wat wij bespreken zullen we doorbriefen naar de achterban. Die opmerkingen die daar op volgen geven wij weer door aan de gemeente.’
Wat moet er gebeuren in Leeuwarden?
‘Leeuwarden heeft op zich de zaken al redelijk op orde maar de gemeente moet door maatregelen vanuit Den Haag bezuinigen. Daardoor zal er minder geld beschikbaar zijn voor de verschillende instellingen. Op het moment dat onze doelgroep merkt dat er voorzieningen of projecten gaan stoppen of inkrimpen, kunnen wij in de gaten houden wat dat met de cliënten doet die daar gebruik van maken. Als we zien dat er grote veranderingen plaats vinden die slecht zijn voor de cliënten, dan zullen wij de gemeente adviseren om daar een andere oplossing voor te vinden.’
Hoe groot zal jullie rol daarbij zijn?
‘Ik denk dat de gemeente heel goed naar ons zal luisteren. Maar als het gaat om bezuinigingen kunnen wij hoog of laag springen, daar zal niet zo veel in veranderen. Als we de gemeente duidelijk kunnen maken wat het effect is van bezuinigingen, komen we denk ik al een heel eind. We hebben hier het geluk dat de ambtenaren ook echt willen weten wat die effecten zijn.’
Denk je dat je voordeel hebt van je eigen ervaringen?
‘Ik ben inmiddels dertien jaar clean en ik sta even lang ook niet meer op straat. Ik ben dus weer terug in de maatschappij: ik heb mijn eigen gezinnetje, eigen huisje, autootje en ik red me heel goed. In die zin kan ik makkelijk aanschuiven bij de gemeente. Aan de andere kant ben ik ook niet onbekend met hoe het is om wel op straat te staan en verslaafd te zijn. Ik kan dus ook heel makkelijk contact maken met de doelgroep zelf. Ik kan zo aanschuiven in een sociaal pension en een kopje koffie meedrinken, dan is het net of ik thuis ben. Ik begrijp hoe het is om daar te leven. Als ervaringsdeskundige ken je de pijn van de straat en weet je tegen welke dichte deuren je aanloopt.’
Daardoor kun jij hun verhalen beter vertalen naar gemeenteambtenaren?
‘Precies. Mensen voelen zich vrij om dingen tegen mij te zeggen. Want ik hoor niet bij de instelling waar ze afhankelijk van zijn. En ik ben bereid ben om mee te denken over oplossingen. De afstand is minder groot. Ook voor beleidsmakers. In een andere gemeente heb ik wel met beleidsmakers om de tafel gezeten die zeiden:”Je kunt met die mensen niet praten. Daar zit niks in, geen potentie. Ze liegen en het leidt allemaal tot niks.” Als ik dan zei dat ik niet zo lang geleden zelf één van die mensen was, en dat ze toch met mij praten, dan zie je ze denken: ok, het kan dus veranderen. Veel mensen hebben de standaard-zwerver in gedachten, maar er zit zo veel diversiteit in de groep. Er zitten ontzettend leuke mensen tussen waar je heel veel mee kan. Als ze maar gehoord en gezien worden.’ (BP)
© Psy 03-02-2010








