Angst, depressie en onrust bij dementie kunnen met zestig procent omlaag
‘Angst, depressie en onrust vormen een belangrijk obstakel in de zorg voor ouderen met cognitieve problemen’, zegt psychogeriater Ton Bakker. Dankzij psychotherapeutische technieken kunnen deze klachten echter met zestig procent afnemen, zo luidt de hoopgevende conclusie van zijn proefschrift.
Psychogeriater Ton Bakker onderzocht de effecten van het psychotherapeutisch verpleeghuisprogramma Integratieve Reactivering en Rehabilitatie (IRR) voor ouderen met dementie. De uitkomsten zijn veelbelovend. De totale vermindering van de psychiatrisch problemen bedroeg zo’n zestig procent. Na zes maanden bleek ook de belasting van de mantelzorgers tot vijftig procent verminderd te zijn, terwijl de reguliere zorg hier nauwelijks effect op had.
Waarom een nieuwe behandelvorm?
‘Negentig procent van de ouderen met dementie heeft minstens één psychiatrisch symptoom. De gebruikelijke zorg vertrouwt voor een groot deel op het gebruik van psychofarmaca. Helaas zijn de effecten van deze medicijnen op psychogeriatrische patiënten beperkt. Bovendien treden vaak schadelijke bijwerkingen op. Ik was daarom enthousiast toen ik in de wetenschappelijke literatuur voorbeelden tegenkwam van psychotherapeutische interventies, die effectief zijn bij deze doelgroep. Wij zijn gaan uitproberen hoe dat in de praktijk uitpakt.’
Wat biedt u bijvoorbeeld aan?
‘We maken onder meer gebruik van psycho-educatie en van gedragstherapeutische principes, zoals het inslijpen van gedrag en het bieden van structuur. Daarnaast proberen we de patiënten inzicht te geven in hun handelen. Soms komt daar bemoeizorg bij kijken. Een kwetsbare oudere met een slecht gebit zullen we proberen te overtuigen dat een gang naar de tandarts noodzakelijk is. De ontstekingen in de mond kunnen uitmonden in verstoring van het brein en de bijbehorende psychische ontregeling.’
Is dat alles?
‘Nee. We werken methodisch samen. We brengen het functioneren van patiënten in kaart aan de hand van zes vragen over de lichamelijke toestand, overheersende emoties, de persoonlijkheid van de patiënt, zijn levensgeschiedenis, cognitieve functioneren en sociale relaties. De belangrijkste obstakels voor het vergroten van de autonomie van de patiënt worden geïdentificeerd. Ook wordt ingeschat welke aanpak de meeste kans van slagen heeft. Dit voeren we vervolgens uit met een multidisciplinair team met onder meer een systeempsycholoog. Ook investeren we in aanvullende behandelingen als fysio-, muziek- en creatieve therapie.’
Is de eerste aanpak altijd de juiste?
‘Een essentieel onderdeel van onze manier van werken is dat we steeds evalueren of onze behandeling het gewenste doel bereikt. We geven steeds een score voor het functioneren van patiënten op verschillende levensterreinen, en bekijken wekelijks of we vooruitgang boeken en of we de behandeling moeten bijsturen.’
Hoe bent u op dit spoor terecht gekomen?
‘In 1972 ben ik begonnen met de ambitie om psychiatrische kennis en kunde in te zetten voor oudere patiënten. Mijn eerste pogingen de ouderenzorg te verbeteren liepen echter stuk op onwil van betrokken directeuren. Ik heb toen op de leeftijd van 27 jaar zelf maar gesolliciteerd naar de functie van directeur van een zorginstelling, hoewel dat in die jaren als not done gold. De zorg voor ouderen heeft mij nooit meer losgelaten.’
Hoe kunt u enthousiast zijn voor de ‘wachtkamer van de dood’?
‘Ik heb helemaal niets met mensen die op deze manier tegen verpleeghuizen aankijken. Deze term suggereert te veel angst. Ik zie de ouderdom als een levensfase met een eigen doel en betekenis, waarin ook veel te genieten valt. Werken met kwetsbare ouderen is ook voor mij persoonlijk waardevol, omdat ouderen je een spiegel voorhouden over de aard van het leven.’
Was dit proefschrift uw levenswerk?
‘Mijn werk van bijna veertig jaar komt erin samen, maar klaar ben ik zeker nog niet. Ik besteed veel aandacht aan scholing, bijvoorbeeld van specialisten ouderengeneeskunde, nurse practitioners en gz-psychologen. En met de Hogeschool Rotterdam bekijken we nu hoe we de methodiek onderdeel kunnen maken van de opleiding.
Van ZonMw programma Preventie en Herstel hebben we een flinke subsidie gekregen om te onderzoeken of patiënten in het ziekenhuis op deze manier in de gaten gehouden kunnen woden. Hopelijk kan hierdoor onnodig functieverlies in ziekenhuizen tijdig gesignaleerd en voorkomen worden. In de ouderenzorg is nog altijd heel veel te ontdekken en te verbeteren.’ (AB)
Ton Bakker promoveert op 10 december aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Bakker is onderzoeker aan VUmc en tevens psychogeriater en bestuurder Behandeling en Zorg van Argos Zorggroep in Schiedam.
Lees hier de reportage over het psychotherapeutisch verpleeghuisprogramma van Ton Bakker in Psy11/2010. Dementie: het nieuwe leren
Klik hier voor het proefschrift van Ton Bakker: Integrative Reactivation and Rehabilitation to Reduce Multiple Psychiatric Symptoms of Psychogeriatric Patients and Caregiver Burden.
© Psy 30-11-2010








