11 februari 2012

‘Contact tussen hulpverlener en familie moet vanzelfsprekend worden’

‘Familie in de GGZ: partner in de zorg’ is de titel van een nieuwe brochure van het Expertisecentrum Mantelzorg. De brochure zet goede voorbeelden van familiebeleid in de geestelijke gezondheidszorg op een rijtje.

Een checklist ‘familie’ voor afdelingsverpleegkundigen. Een cursus ‘hoe in gesprek te gaan met familieleden’. Het zijn slechts twee van de vele voorbeelden die in de brochure worden genoemd om de familie van mensen met een psychiatrische aandoening te betrekken bij de behandeling. ‘Goed contact met familie kan een positief effect hebben op de behandeling’, zegt Marjolein Morée van het Expertisecentrum Mantelzorg. De meeste instellingen geven al voorlichting over psychische aandoeningen. Ook hebben steeds ze steeds vaker een familieraad of een familievertrouwenspersoon. Morée: ‘Een goede zaak, maar waar het werkelijk om draait is dat in alle onderdelen van de zorg aandacht is voor de familie. Contact tussen hulpverleners en familie moet vanzelfsprekend worden.’

Cultuurverandering
Dat is in het merendeel van de ggz-instellingen nog niet het geval. De verpleging vindt familie vaak lastig en behandelaars hebben moeite de ervaringsdeskundigheid van familieleden te erkennen. Soms verschuilen ze zich achter de privacy van de patiënt.
Morée: ‘Richtlijnen, protocollen en checklisten helpen instellingen om familiebeleid op te zetten, maar dat is niet voldoende. Hulpverleners moeten gemotiveerd zijn om beter met familie om te gaan.’ Daarom besteedt de brochure veel aandacht aan manieren om een cultuurverandering bij hulpverleners op gang te brengen. Zo volgen medewerkers van Centrum Preventie GGZ van de Twentse instelling Mediant een cursus ‘Familie in zicht’ waar familieleden over hun ervaringen vertellen. De Geestgronden in Noord-Holland heeft op alle afdelingen contactpersonen aangesteld die familieondersteuning op de agenda van het werkoverleg zetten en collega’s aanspreken over hun omgang met familie. Ook triadeconferenties, waarbij familie, cliënt en behandelaars de voortgang van de behandeling bespreken, kunnen zorgen voor beter contact.

Overbelasting voorkomen
Het laatste hoofdstuk van de brochure gaat over het ondersteunen van familieleden, onder andere via de POM (preventieve ondersteuning mantelzorgers)-methode. Daarbij wordt al bij de intake aan cliënten toestemming gevraagd om met familieleden contact op te nemen. Die ontvangen een uitnodiging voor een gesprek waarin hun behoefte centraal staat. Morée: ‘Dat kost tijd, maar als je wilt dat familieleden betrokken zijn én blijven, mag daar best iets tegenover staan. Familieleden van psychiatrische patiënten worden vaak zwaar belast. Overbelasting voorkomen is ook in het belang van de behandeling van de cliënt.’ (DE)

Download  hier de brochure Familie in de GGZ: partner in zorg. Van beleid naar uitvoering

© Psy 08-12-2008

is het mogelijk een aantal brochures Familie in de GGz ,partner in zorg te bestellen en hoe pak ik dat aan?

Rita de Rijke
Anoniem
za 11/07