11 februari 2012

Geld voor de zorgaanbieder, informatie voor de verzekeraar

In één akkoord regelen verzekeraars en aanbieders van geestelijke gezondheidszorg de voorfinanciering van nog lopende behandelingen en het aanleveren van gegevens over de kwaliteit van behandelingen. ‘Dit is nog nergens in de wereld vertoond.’

Marleen Barth en Hans Wiegel

Door de samenwerking tussen verzekeraars en ggz-zorgaanbieders zijn binnen vijf jaar kwaliteitsvergelijkingen tussen instellingen mogelijk. Op maandag 5 juli ondertekenden Marleen Barth, voorzitter van GGZ Nederland en Hans Wiegel, voorzitter van Zorgverzekeraars Nederland een akkoord. Tegelijkertijd is afgesproken dat zorgverzekeraars lopende behandelingen (‘onderhanden werk’) gaan vergoeden. Daarmee komt een einde aan de situatie dat instellingen lang op hun geld moeten wachten. In de afgelopen jaren kwamen ggz-aanbieders daardoor geregeld in liquiditeitsproblemen.

Nog nergens ter wereld
‘Wat hier gebeurt, is uniek’, zegt Martin Potjens van Zorgverzekeraars Nederland. ‘Dit is nog nergens in de wereld vertoond.’ Potjens doelt op de afspraken over het aanleveren van uitkomsten van behandelingen en klantervaringen. Met behulp van de zogeheten Routine Outcome Monitoring (ROM) gaan instellingen uitkomstmetingen van behandelingen, effectmetingen, doorsturen naar een databank van een nieuwe stichting. De stichting staat onder gezamenlijk bestuur van zorgverzekeraars en zorgaanbieders. Ook komt er een cliëntvertegenwoordiger in het bestuur.

Beste behandeling
Directeur van de nieuwe stichting is Gertjan van Rossum: ‘Instellingen en verzekeraars hebben de doelstelling om in 2014 vijftig procent van de behandelingsgegevens aan te leveren aan de stichting. Dat is stevig, de weg ernaar toe ook. Voor de benchmark gaat het om een begin- en eindmeting, voortkomend uit ROM.’ Zorgverzekeraars zullen de benchmarkgegevens op instellingsniveau kunnen gebruiken, terwijl de instellingen zelf op gedetailleerder niveau inzicht krijgen in hun eigen prestaties. ROM moet uiteindelijk gebruikt worden bij de behandeling van alle 800.000 ggz-patiënten.
Martin Potjens: ‘Op termijn kunnen verzekeraars de gegevens gebruiken bij de  inkoop van zorg. Dat kan dus consequenties hebben voor een instelling. Maar het ultieme doel is dat de cliënt er beter van wordt: die weet straks waar hij het beste wordt behandeld.’

Ver vooruit
‘Er is een belangrijk akkoord gesloten’, zegt Jos de Beer, directeur van GGZ Nederland. ‘We zetten in een keer drie stappen vooruit, de ggz-sector steekt hiermee zijn nek uit. Het wordt nog een klus voor de instellingen om de gegevens goed aan te leveren, maar uiteindelijk scheelt deze opzet veel dubbel werk en hij levert ook veel op. Spiegelinformatie voor de instellingen, benchmarkgegevens voor de verzekeraars. Daarmee lopen we in een keer ver voor op andere sectoren.’

Betere sfeer
Dat de uitwisseling van kwaliteitsinformatie en de voorfinanciering van lopende behandelingen in één akkoord worden geregeld is niet helemaal toeval. Zorgaanbieders en verzekeraars willen hiermee een moeizame periode afsluiten waarin de onderlinge relaties regelmatig op scherp stonden. Jos de Beer noemt het belangrijk dat op hoofdpunten een strategisch akkoord is bereikt. ‘De verhoudingen met de verzekeraars zijn al flink opgeknapt, de sfeer is aanmerkelijk beter. Je ziet dat aanbieders en verzekeraars al veel beter samenwerken.’

Eerder uitkeren
De oplossing van de liquiditeitsproblemen, draagt ongetwijfeld bij aan de betere verhoudingen. Afgesproken is dat verzekeraars die meer dan vijf procent marktaandeel hebben de lopende behandelingen van een instelling voor negentig procent financieren. Instellingen hoeven nu niet meer zo lang op hun geld te wachten, omdat ze hun declaraties voor een groot deel betaald krijgen voordat een dbc is afgerond. Dat het bijna twee jaar heeft geduurd voordat deze regeling tot stand kon komen, heeft volgens Zorgverzekeraars Nederland ook te maken met de eisen die de Nederlandse Bank aan verzekeraars stelt: zonder meer bevoorschotten zou het debiteurenrisico voor verzekeraars te groot maken. Nu is in ieder geval vastgelegd dat de verzekeraar nooit meer betaalt dan is uitgevoerd door de zorgverlener. (SvD)


©Psy 05-07-2010 

De overeengekomen afspraken hebben m.i. veel weg van de oude situatie mbt de financiering. betaald krijgen wat je doet....binnen een redelijke termijn. Oke, eerder betrof dit een bevoorschotting en nu boter bij de vis...een vrij normaal verschijnsel in het economisch verkeer...en niet meer dan logisch dat zorgaanbieders geld voor het werk willen zien...een verzekeraar kan ook failliet gaan en dan is het nog maar afwachten wat er met de openstaande factuur (onderhanden werk) gebeurd.... In ruil daarvoor worden er meer gegevens aangeleverd...nog meer wel te verstaan, waarmee de bureaucratie wederom toeneemt...deze investering komt dus niet direct bij de cliënt.
Sander
wo 21/07
klinkt aardig, maar wie gaan die gegevens aanleveren? Natuurlijk weer de behandelaars, die weer met extra bureaucratie worden opgezadeld, mijn directeur doet het nietvoor me hoor!En zo'n directeur van zo'n nieuwe stichting, wat gaat die verdienen?
martine
do 08/07
Er sluimert echter ook een gevaar in een hechte samenwerking tussen de behandelaren en verzekeraars. De verzekeraars komen op deze wijze wel akelig dichtbij de dossiers en gegevens van de cliënten/patiënten, wat uiteraard erg ongewenst is. Misschien is het feit dat het 'nergens ter wereld' bestaat niet voor niets en is het geen reden om te juichen dat de beide partijen het zo goed met elkaar kunnen vinden
Jasper H.
do 08/07
Ik zie in, dat dit inderdaad veel stappen vooruit zijn en wat geweldig dat een aantal verstandige mensen met een dergelijke overeenkomst voor de dag kunnen en willen komen.Ze laten zien, dat met elkaar denken en naar elkaar luisteren om het welzijn van cliënten te bevorderen en te behouden, echt de basis is van een gezonde werkwijze en sfeer. Het is voor mij ook volkomen logisch dat degene die betaalt voor behandeling, ook de informatie krijgt over waarvoor er betaald wordt in heldere rapportage en duidelijk blijft wie wát doet en waarom.Kunnen mevrouw Barth en mijnheer Wiegel ook eens aan de gang gaan in de Jeugdzorg??? Ze weten hoe het moet en kunnen zin en onzin scheiden.
Ellen
do 08/07