17 mei 2012

Leefstijl depressieve hartpatiënten verdient meer aandacht

Hartpatiënten met een depressie hebben een relatief grote kans op ontstekingen in hart en bloedvaten. Dat ligt echter vooral aan de ongezonde leefstijl die veel mensen met een depressie erop na houden, concludeert de Tilburgse onderzoeker Hester Duivis deze maand in de American Journal of Psychiatry.

Hester Duivis

Hoe zit het precies met de relatie tussen depressie en ontstekingsverschijnselen bij hartpatiënten?
‘Dat was ook onze vraag. Bekend is dat depressies bij hartpatiënten ongeveer drie maal zo vaak voorkomen als gemiddeld in de bevolking. Maar wat oorzaak is en wat gevolg, is nog onduidelijk. Is de depressie verantwoordelijk voor het ontstaan van de ontstekingsreacties die bijdragen aan het dichtslibben van de bloedvaten en daarmee dus aan de hart- en vaatproblemen van de patiënt? Of ligt de relatie omgekeerd? Vreemd genoeg zijn in recente studies voor beide veronderstellingen aanwijzingen gevonden. Daarbij ging het echter om studies bij mensen zonder duidelijke hart- en vaatproblemen. Vandaar dat wij nu hebben gekozen voor een studie bij hartpatiënten.’

Hoe was de studie opgezet?
‘Wij hebben 667 hartpatiënten zes jaar lang gevolgd. Jaarlijks werd aan de hand van interviews vastgesteld of zij leden aan een depressie. Bovendien hebben we zowel aan het begin als aan het eind van de onderzoekperiode hun bloed onderzocht op de aanwezigheid van biologische stoffen die vrijkomen bij ontstekingen in hart en bloedvaten, bijvoorbeeld bij het ontstaan van atherosclerose. Uit de data bleek dat de aanwezigheid van zulke stoffen bij de start van het onderzoek geen invloed had op de aanwezigheid van depressieve episodes in de volgende jaren. Maar omgekeerd werden bij de deelnemers met een regelmatig terugkerende depressie wel duidelijk meer ontstekingsreacties gevonden dan bij de andere deelnemers. Wat ons betreft is daarmee aangetoond dat depressies ontstekingsreacties veroorzaken en niet andersom.’

Maar toch is de depressie niet de werkelijke oorzaak, zegt u.
‘Ja en nee. We hebben namelijk ook gekeken naar het gedrag. Rookten de deelnemers aan het onderzoek, deden ze aan sport, aten ze gezond? Toen we die informatie bij de analyse betrokken, zagen we het verband tussen depressie en ontstekingsreacties vooral terug bij mensen met een ongezonde leefstijl. Dat is dus de eigenlijke boosdoener. Maar uiteraard is de depressie wel de achterliggende oorzaak. We weten al langer dat er een verband bestaat tussen enerzijds overgewicht en roken en anderzijds depressiviteit. Mensen die depressief zijn, houden er vaak ook een ongezonde levensstijl op na.’

Om te voorkomen dat depressieve patiënten hartproblemen krijgen, moeten psychiaters dus meer doen dan alleen de depressie aanpakken?
‘Precies. In een reactie op mijn artikel wees de Amerikaanse internist Schroeder daar ook op. Hij pleitte er voor om patiënten in het kader van de behandeling te motiveren om te stoppen met roken, om gezonder te gaan eten en om meer te bewegen. Ik ben het daarmee eens. Onderzoek heeft inmiddels duidelijk gemaakt dat de sterftekans van depressieve hartpatiënten niet kleiner wordt, wanneer je alleen hun depressie behandelt. Want het roken en het slechte eten en het weinig bewegen gaan gewoon door.’

Dat wordt dus een heel nieuw werkterrein voor de psychiatrie.
‘Dat valt wel mee. Maar ik denk wel dat het voor deze patiënten goed zou zijn als psychiaters vaker een andere deskundige bij de behandeling zouden betrekken, een fysiotherapeut of een diëtist of een medisch psycholoog. Ik denk trouwens dat men dit binnen de psychiatrie ook wel weet, maar dat er nog te weinig mee wordt gedaan. Maar dat verandert snel, denk maar aan de running therapy die steeds meer in zwang raakt, en die als bijkomend voordeel heeft dat patiënten met een depressie zich alleen al door het lopen beter gaan voelen. Het zou mooi zijn als ons onderzoek eraan zou bijdragen om die nieuwe manier van denken over de behandeling van psychische stoornissen meer ingang te laten vinden.’ (EH)

Lees hier het artikel Depressive symptoms, health behaviors, and subsequent inflammation in patients with coronary heart disease; prospective findings from the Heart and Soul Studies. Hester E. Duivis e.a.. American Journal of Psychiatry 2011;168:913-920

Lees hier het commentaar van Steven Schroeder op het onderzoek van Hester Duivis e.a. in American Journal of Psychiatry 2011; 168:913-920


© Psy 07-09-2011