Minder hulp voor Eindhovense patiënten
Geestelijke gezondheidszorg Eindhoven en de Kempen (GGzE) gaat patiënten met milde psychotische klachten geen ondersteuning meer geven. ‘Als je ze niet los durft te laten, ontneem je ze de kans om zelfstandig te worden.’
De maatregel om een bepaalde groep patiënten geen hulp meer te bieden is niet in de eerste plaats ingegeven uit bezuinigingsoverwegingen, benadrukt Marie-Louise Vossen, directeur van de divisie volwassenen- en ouderenzorg van GGzE. Er moet straks wel bezuinigd worden en met deze maatregel kun je voorkomen dat bij een lager budget langere wachtlijsten ontstaan, maar, zegt Vossen, ‘we doen dit vooral vanuit onze zorginhoudelijke visie.’
Beter af zonder hulp
Nu bieden casemanagement en ACT-teams patiënten met psychosen hulp bij het dagelijks leven. Ambulante patiënten en patiënten die op het terrein van GGzE en in beschermende woonvormen wonen, krijgen ondersteuning op het gebied van dagstructurering, dagbesteding, medicatie, psychotherapie. Op basis van wetenschappelijke literatuur schat GGzE dat 35 procent van die groep – zo’n vijftig ambulante patiënten – niet alleen zonder die hulp kan, maar ook beter af is zonder hulp.
Autonomie stimuleren
Vossen: ‘Dit zijn mensen die zo’n drie jaar na hun laatste psychose weinig negatieve symptomen en cognitieve beperkingen hebben. Deze mensen kunnen vaak meer dan ze denken. Door ze bij ons uit te schrijven stimuleren we hun autonomie. Als je hun niet los durft te laten, ontneem je ze de kans zelfstandig te worden.’
Terugkeerteam
Dat deze groep voorheen niet zonder hulp kon en nu wel heeft, aldus Vossen, onder andere te maken met veranderde ideeën over herstel, empowerment en rehabilitatie, meer inzet van familie en ervaringsdeskundigen. Daarnaast hebben gemeenten met de invoering van de Wmo meer verantwoordelijkheid gekregen voor ondersteuning van psychiatrische patiënten. ‘Zij moeten voorwaarden creëren voor maatschappelijke participatie. Onze ervaring is dat gemeenten in deze regio daarvoor open voor staan.’
Overigens raken patiënten niet van de ene op de andere dag hun hulp kwijt. ‘We kijken goed wie de zelfstandigheid aankan. En we zetten nog een terugkeerteam op voor patiënten die terugvallen. Zij kunnen altijd een beroep blijven doen op dat team.’
Blij met maatregel
Vincent (niet zijn werkelijke naam), 24 jaar, is een van de patiënten die geen professionele hulp meer krijgt. Sinds zijn tweede psychose in 2007 kreeg hij ondersteuning van het ACT-team. In het begin vooral cognitieve gedragstherapie van de psycholoog, later had hij veel contact met de ervaringsdeskundige uit het team. Hij is blij met de maatregel.
‘Ik ben er het afgelopen jaar in geslaagd zelfstandig goede huisvesting te vinden en over te stappen op een studie die mij goed bevalt. Blijkbaar vertrouwen ze erop dat ik het alleen kan redden, en juist dat geeft mij kracht. Ik geloof sterk in de herstelgedachte: niet de hulpverlening maar ik zelf zal het moeten doen. Ik zie nog wel de psychiater voor mijn medicatie, maar waarschijnlijk kan ik daarvoor straks terecht bij de huisarts. En mocht ik weer een psychose krijgen, dan weet ik dat ik bij het terugkeerteam terecht kan. Ik heb nog wel contact met de lotgenotengroep van het ACT-team. Dat blijft heel belangrijk voor me.’ (MvR)
© Psy 22-01-2010








