Mondgezondheid psychiatrisch patiënt alarmerend
Het is vaak belabberd gesteld met de gezondheid van mond en gebit bij psychiatrische patiënten. Psychiatrische instellingen en tandartsen hebben nauwelijks aandacht voor dit probleem.
Het gaat voornamelijk om patiënten met schizofrenie, of een bipolaire of schizo-affectieve stoornis, zegt psychiater Dan Cohen van GGZ Noord-Holland-Noord. Cohen schreef samen met tandarts Davy Pratasik, tandarts-epidemioloog Casper Bots en medisch bioloog Henk Brand een alarmerend artikel in het Nederlands Tandartsenblad over de mondgezondheid van deze patiënten. ‘Er zijn geen cijfers bekend, maar ik schat dat dertig tot vijftig procent van mijn patiënten forse problemen met de mondgezondheid heeft’, zegt Cohen. ‘Dan bedoel ik niet dat hun mondhygiëne wat slechter is, maar dan heb ik het echt over rotte tanden, aantasting van het tandvlees, gescheurde mondhoeken en tanden die ontbreken.’
Hele dag cola
Cohen en collega’s noemen verschillende oorzaken. ‘Door het ziektebeeld en het gebruik van antipsychotica hebben patiënten vaak een passieve houding. Ze hebben door de medicijnen vaak veel behoefte aan zoetigheid, en drinken bijvoorbeeld de hele dag door cola. Bovendien roken veel patiënten buitensporig veel. Ze poetsen hun tanden niet of nauwelijks, en hebben een andere beleving van mondklachten dan gezonde mensen. Ze gaan zelden naar de tandarts, en komen niet opdagen op afspraken.’
Snelle aftakeling
Het medicijngebruik zorgt bovendien voor een verandering in het speeksel, zegt tandarts Davy Pratasik. Hij werkt al 22 jaar met psychiatrische patiënten. ‘Doorgaans beschermt speeksel tegen cariës, of wel tandbederf. Door de medicijnen is de kwaliteit van het speeksel van de psychiatrisch patiënten echter slecht. Bovendien maken ze soms extra veel of juist bijna geen speeksel aan.’ Vooral wanneer patiënten meerdere medicijnen slikken is dit schadelijk voor de mondgezondheid, zegt hij. ‘Als daar dan ook nog lithium bij zit, dan ben je helemaal in de aap gelogeerd. Al mijn cliënten die lithium slikken plus drie of meer andere medicijnen, moeten uiteindelijk een kunstgebit. Ook patiënten die pas 35 zijn. De aftakeling van het gebit gaat ontzettend snel: het kan binnen twee jaar gebeurd zijn.’
Blinde vlek
Cohen spreekt van een blinde vlek binnen de psychiatrie. ‘In de psychiatrie komt tandheelkunde helemaal niet voor. Logisch ook, want het is een ander vak. Psychiaters vragen zelden of nooit naar de mondgezondheid van de patiënten. Ik steek mijn hand in eigen boezem: ik doe het ook niet. We gaan er blijkbaar van uit dat patiënten braaf twee keer per jaar op controle gaan bij de tandarts en zelf hun gebit verzorgen. Maar dat doet deze patiëntengroep niet, en dat kun je ook niet van haar verwachten.’
Mondzorgplan
De auteurs van het artikel vinden dan ook dat mondzorg een geïntegreerd onderdeel van de psychiatrische zorg moet gaan uitmaken. In GGZ Rivierduinen probeert tandarts Pratasik dit bij wijze van proef in te voeren. ‘Iedere patiënt maakt met zijn behandelaars jaarlijks een behandelplan. We willen daar standaard ook een mondzorgplan in opnemen. Bij ieder intake-gesprek moeten patiënten bovendien standaard een mondscreening krijgen, zodat we in ieder geval een idee hebben van de mondtoestand.’ Ook de begeleiders van patiënten moeten het belang van mondzorg beseffen, zegt Pratasik. ‘Een casemanager moet er bijvoorbeeld bovenop zitten dat de patiënt een tandartsafspraak maakt, en desnoods met hem meegaan naar de tandarts.’
Niet serieus genomen
Het zou goed zijn als iedere instelling een samenwerkingsverband heeft met een vaste tandarts, menen de auteurs. Bij de meeste ggz-instellingen is dat nu niet het geval. Dat komt omdat de instellingen er weinig belang aan hechten, maar ook omdat maar weinig tandartsen affiniteit hebben met de doelgroep, zegt Pratasik. ‘Patiënten worden niet altijd serieus genomen. Ik merk het als een cliënt van mij onverhoopt naar een andere tandarts moet in het weekend. Die tandartsen grijpen heel snel naar de tang om kiespijn te verhelpen. Ze zien zo’n patiënt – die ziet er niet altijd even verzorgd en fris uit – dus ze denken, kort door de bocht: ‘Hij wil niet poetsen, en is niet gemotiveerd, dus het heeft toch geen zin hem te behandelen. Ik trek die tand er wel uit.’ Die tandartsen begrijpen zo’n cliënt niet, want ze weten domweg niet wat schizofrenie is.’ (CS)
Lees hier bladzijde 1, 2, 3 en 4 van artikel van Dan Cohen, Davy Pratasik, Casper Bots en Henk Brand uit het Nederlands Tandartsenblad.
© Psy 11-10-10








