Nieuw financieringsstelsel: chronische patiënt de klos
De eerste ervaringen van zorgaanbieders in de ggz met het nieuwe financieringssysteem leveren een gemengd beeld op. Voor de kortdurende behandelingen lijkt de overheveling van de Awbz naar de Zorgverzekeringswet positief uit te pakken. Maar de vrees bestaat dat de langdurige zorg het kind van de rekening wordt.
Dat blijkt uit de Trendrapportage GGZ 2009 van het Trimbos-instituut die helemaal gewijd is aan de nieuwe financiering. De geïnterviewde vertegenwoordigers van aanbieders, cliëntenorganisaties, verzekeraars en gemeenten gaan ervan uit dat kortdurende behandelingen een fikse impuls krijgen. Gespecialiseerde aanbieders en klinieken hebben de wind mee. Aanbieders gaan actief op zoek naar nieuwe markten, en er is meer aandacht gekomen voor de eerstelijns psychologische zorg.
Rehabilitatie in de knel
Knelpunten ziet men vooral voor de patiënten met langdurige psychische problemen. De zorg die zij nodig hebben, past niet in het dbc-systeem, en ook de trend om steeds meer met protocollen te werken staat haaks op wat deze patiënten nodig hebben. Met name de inspanningen om deze patiënten een plaats in de maatschappij te geven komen in de knel. De manier waarop de financiering nu geregeld is, maakt het werk van (F)ACT-teams en jobcoaches die met de Individuele Plaatsing en Steun-methode werken vaak nodeloos ingewikkeld.
Tussen wal en schip
Door de verschuivingen in de financiering dreigt de zorg voor chronische patiënten tussen de wal en het schip te vallen. Zorgverzekeraars vinden dat de op maatschappelijke integratie gerichte ondersteuning niet binnen de Zorgverzekeringswet hoort; de Awbz biedt steeds minder mogelijkheden om dat op te vangen, en binnen de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) komt de begeleiding van mensen met psychische problemen nog niet goed van de grond.
Bedden zijn melkkoe
De trendrapportage constateert ook dat de bedden die instellingen hebben, nog altijd een melkkoe zijn. Het financieringsstelsel beloont aanbieders die zich richten op intramurale zorg, en dit gaat ten koste van de noodzakelijke ambulante hulp aan chronische patiënten. Ook stellen de geïnterviewden vast dat niemand de regie op zich neemt van de zorg voor deze mensen.
Geïnterviewden
Voor de trendrapportage zijn 28 aanbieders geïnterviewd, vier vertegenwoordigers van cliëntenorganisaties, vijf medewerkers van zorgverzekeraars, vier van de gemeenten en twee van onafhankelijke kenniscentra. De rapportage kopt weliswaar het jaartal 2009, maar het beschrijft de stand van zaken van eind 2008. (MvK)
Lees hier de Trendrapportage GGZ 2009
ã Psy 25-01-2010







