Nieuwe dwangwet stap dichterbij
De commissies verplichte ggz, onderdeel van het gelijknamige wetsvoorstel, werken goed, al kosten ze veel tijd en menskracht. Dat blijkt uit de ervaringen van vier proefcommissies. De nieuwe dwangwet moet de huidige Wet bopz gaan vervangen.
Onderdeel van het wetsvoorstel Verplichte ggz vormen de regionale acviescommissies die de rechter en geneesheren-directeuren adviseren over dwangtoepassing. In de commissies zitten een jurist, een behandelaar en een vertegenwoordiger met een patiënten- en familieperspectief. Het afgelopen jaar is in Amsterdam, Rotterdam, Utrecht en Groningen geëxperimenteerd met dergelijke commissies. In totaal zijn bijna zestig zaken behandeld. Recent heeft de landelijke stuurgroep die het project begeleidt, zijn advies aangeboden aan de ministers Klink van VWS en Hirsch Ballin van Justitie.
Anderhalf jaar voorbereiden
Op grond van de opgedane ervaringen concludeert de stuurgroep dat de commissies zinvol zijn in de toekomstige Wet verplichte ggz. De komst van commissies in het hele land moet zodanig met het werkveld worden voorbereid, dat landelijke invoering in een keer mogelijk is. Naar schatting is daarvoor minimaal anderhalf jaar nodig nadat de wet door het parlement is aangenomen. Pas na die periode zou de wet werkelijk in werking moeten treden. Zo is het van belang landelijk kwaliteitseisen af te spreken voor de werkwijze van de commissies. Ook schort het op veel plaatsen in de ggz aan goede zorgplannen. Die moeten beter.
Serieuzer genomen
Als positief resultaat van de proef met de commissies komt naar voren dat patiënten en familie zich beter gehoord voelen en daarmee ook serieuzer genomen. Daarnaast concludeert de stuurgroep dat het werken met de commissies meer nieuwe inzichten over behandeling zal opleveren en zal leiden tot betere besluitvorming over dwang, vooral door de multidisciplinaire samenstelling van de commissies. Ook de inbreng van naasten van de patiënt, en van de patiëntenvertrouwenspersoon en de advocaat dragen daaraan bij.
Veel tijd
Een nadeel van het werken met commissies verplichte ggz is de extra tijdsbelasting. Gemiddeld besteden de commissieleden nu vijf uur per zaak. Dat is terug te brengen tot vier uur, schat de stuurgroep, maar dan is nog altijd sprake van een forse investering in tijd en menskracht. Volgens onderzoekers van Research voor Beleid, die het werk van de commissies hebben geëvalueerd, zullen bij landelijke invoering van de commissies 26 fulltime psychiaters, 26 fulltime juristen en 26 fulltime algemene leden nodig zijn. Daarnaast heeft iedere commissie ook nog een ambtelijk secretaris die de zittingen voorbereidt en de adviezen uitwerkt.
Handen vol
Op een totaal van 18.000 dwangbehandelingen per jaar, zullen de commissies hun handen vol hebben aan de adviezen. Daarna moeten rechters zelf nog een oordeel vellen over de noodzaak voor dwang. Voor het onderzoek zijn enkele rechters geïnterviewd en zij stellen dat ze niet zonder meer op de adviezen van de commissies zullen afgaan, maar ook zelf nog de patiënt en de behandelaar zullen horen. Wel zullen ze minder anderen horen, daarbij afgaand op de informatie uit de adviezen van de commissie.
Minder dwang verwacht
De stuurgroep verwacht dat de tijdsinvestering van de commissieleden omlaag kan. Ervaring speelt daarbij een rol, maar ook stelt de stuurgroep dat niet voor ieder geval de complete procedure met hoorzitting nodig is. Bovendien is de verwachting dat het aantal aanvragen voor zware dwang omlaag kan, doordat het mogelijk wordt ambulant al lichtere dwang toe te passen. (SvD)
Lees hier het advies van de stuurgroep en de evaluatieonderzoeken van de proef met de commissies verplichte ggz
Lees hier het artikel De cliënt voelt nu echt gehoord
Lees hier het bericht ‘Wet verplichte ggz is onuitvoerbaar’
Lees hier de opinie Wetsvoorstel verplichte ggz is onuitvoerbaar
©Psy, 10-02-2010








