11 februari 2012

Piekeren wijst op persoonlijkheidsprobleem, niet op angst

Mensen die onophoudelijk piekeren lijden niet aan een angststoornis die met een korte cursus kan worden verholpen. Hun gepieker vloeit voort uit een persoonlijkheidsprobleem en vereist langdurige behandeling.

Die conclusie trekt klinisch psycholoog William Hale III, verbonden aan de Universiteit Utrecht, uit een grootschalig onderzoek onder Nederlandse scholieren. Aanleiding voor de studie was de groeiende twijfel onder psychologen en psychiaters of de in de DSM-IV vermelde gegeneraliseerde angststoornis, met piekeren als veel voorkomend symptoom, wel echt met angst te maken heeft.

Echte piekeraar
Uit eerdere studies was gebleken dat mensen die veel piekeren dat vaak hun hele leven al doen (‘ik ben een echte piekeraar’). Ook bleken zij opmerkelijk vaak neurotische persoonlijkheidstrekken te hebben. Vandaar dat Hale en zijn collega’s zich afvroegen of onevenredig veel piekeren niet eerder moet worden beschouwd als een persoonlijkheidsprobleem, dat bovendien vaak al op jonge leeftijd ontstaat.

1200 scholieren
Om antwoord op die vraag te krijgen deed de Utrechtse onderzoeksgroep Adolescentie vijf jaar lang onderzoek bij 1200 middelbare scholieren. Elk jaar werd bij hen aan de hand van vragenlijsten zowel de mate van piekeren als van neuroticisme gemeten. Hoewel de onderzoekers op basis van de verzamelde data concluderen dat veel piekeren niet identiek is aan het hebben van een neurotische persoonlijkheid, zien zij wel sterke overeenkomsten. 

Neurotische persoonlijkheid
Duidelijk werd dat onophoudelijk piekeren meer weg heeft van een persoonlijkheidstrek dan van een geestesgesteldheid zoals het geval is bij mensen met een angststoornis. Veel piekeren bleek zelfs een risicofactor te zijn voor het ontwikkelen van een neurotische persoonlijkheid. Piekeren en je zorgen maken wordt in de DSM-IV kortom ten onrechte geclassificeerd als symptoom van een angststoornis, concludeert Hale deze maand in de toonaangevende Amerikaanse Journal of Clinical Psychiatry. Een classificatie als persoonlijkheidsprobleem zou meer recht doen aan de aard van de aandoening.

Angstbehandelingen
De bevindingen van de Utrechtse onderzoeker zijn van belang voor patiënten die worden behandeld voor een gegeneraliseerde angststoornis. Hale: ‘De huidige therapieën zijn meestal kortdurende angstbehandelingen van een sessie of twaalf. Met die behandelingen op zich is niets mis, maar gezien de ernst van het probleem is een aantal van twaalf domweg te weinig. Deze patiënten moeten langdurig behandeld worden wil de therapie effectief zijn. Bovendien is van groot belang dat er zo vroeg mogelijk mee wordt begonnen. Zo kan worden voorkomen dat kinderen die veel piekeren al op jonge leeftijd een neurotische persoonlijkheid ontwikkelen.’ (EH)

Lees hier het artikel van William Hale e.a. in de Journal of Clinical Psychiatry


© Psy 28-06-2010