Prestatie-indicatoren zijn niet te doorgronden
Dit jaar zijn de geestelijke gezondheidszorg en verslavingszorg voor het eerst verplicht om de buitenwereld duidelijk te maken welke prestaties ze leveren. Daarvoor zijn achttien zogenoemde prestatie-indicatoren opgesteld. De gegevens over 2007 zijn nu openbaar gemaakt. 'Maar', zegt Liesbeth Reitsma van het Landelijk Platform GGz, ‘hier kun je niets mee’.
In de ziekenhuizen zijn deze kwaliteitsmetingen al langer verplicht. Daardoor is het mogelijk om vergelijkingen te maken tussen verschillende ziekenhuizen. Als patiënt kun je zo zien waar je bijvoorbeeld het beste voor een bepaalde behandeling terecht kunt. Maar ook in welk ziekenhuis je beslist niet moet zijn.
Gemiddelde behandelduur
De prestatie-indicatoren van de ggz beslaan het hele gebied waarop zorg gegeven wordt. Van preventie tot bemoeizorg; van het behandeleffect tot dagbesteding en werk; van bejegening van de cliënt tot het aantal suïcides binnen een instelling.
Vertaalslag nodig
Potentiële afnemers van al deze informatie zijn de Inspectie voor de Gezondheidszorg, de zorgverzekeraars en, niet te vergeten, de cliënten. Het probleem is alleen, zegt Ronald Luijk, voorzitter van het Kenniscentrum GGZ van brancheorganisatie Zorgverzekeraars Nederland, dat de gegevens zoals ze nu aangeleverd ‘absoluut gebruiksonvriendelijk’ zijn. Voor een leek is het ondoenlijk om de berg aan data te doorgronden. ‘Er moet een vertaalslag gemaakt worden om de informatie inzichtelijk te maken.’ Voor zijn eigen achterban, de zorgverzekeraars, gaat zijn kenniscentrum dat doen.
Bijna lege tabellen
Een manco vindt hij ook dat de tevredenheid over de behandeling nauwelijks uit de tabellen af te leiden is. ‘Verzekeraars zijn er niet zozeer in geïnteresseerd of een cliënt tevreden is over een instelling. Wij willen weten hoe hij tegen een specifieke behandeling aankijkt.’ Ook verschaffen de aangeleverde gegevens ternauwernood informatie over de effectiviteit van de behandelingen. ‘Die tabellen zijn bijna leeg’, zegt Luijk. ‘Ik heb vier of vijf instellingen kunnen vinden die daarover gegevens verstrekken. Dat is een paar procent van alle ggz-instellingen.’
Ruw materiaal
Ook Liesbeth Reitsma van het Landelijk Platform GGz, de verenigde patiënten- en familieorganisaties in de ggz, zegt dat de nu naar buiten gebrachte gegevens alleen ruw materiaal bevatten en ‘zeer gebruiksonvriendelijk’ zijn. ‘Hier kun je niets mee’, aldus Reitsma, ‘er moet nog een vertaalslag gemaakt worden. Daar is een onderzoeksbureau voor ingehuurd en dat zal er nog flink wat werk aan hebben.’ Het gaat volgens Reitsma om een ‘groeimodel’, want van de achttien prestatie-indicatoren is een aantal alweer vervangen of gewijzigd. En het moeten er uiteindelijk 28 worden. Ook de cq-vragenlijst naar de cliënttevredenheid is nog niet goed ingevuld door de ggz-instellingen. ‘Wij moeten de gegevens nog gaan interpreteren naar het cliëntenperspectief. Dat wordt een verschrikkelijke klus.’ Toch denkt Reitsma dat de prestatie-indicatoren op den duur meer duidelijkheid zullen gaan verschaffen over de kwaliteit van de geestelijke gezondheidszorg en verslavingszorg.
Plaatsing op Kiesbeter onbekend
GGZ Nederland, branchorganisatie van instellingen in de geestelijke gezondheidszorg en verslavingszorg, beaamt dat je ‘veel specifieke kennis in huis moet hebben’ om iets met dit materiaal te kunnen doen. ‘Voor leken is dit gebruiksonvriendelijk’, zegt Petra Blom, hoofd Informatiebeleid.
Volgens Eta Mulder, secretaris van de Stuurgroep Transparantie GGZ, is nog niet bekend wanneer de informatie zodanig bewerkt is, dat ze geplaatst kan worden op www.kiesbeter.nl. (MvK/ML)
Lees ook ‘Ggz en verslavingszorg gaan kwaliteit meten’
Lees ook ‘Toezicht op ggz schiet tekort’
Wie geïnteresseerd is in de prestatie-indicatoren van de ggz, moet een schriftelijke aanvraag indienen bij het CIBG: www.cibg.nl
© Psy 18-9-2008








