17 mei 2012

Ptss ontstaat door bedreigd zelfbeeld

Herbelevingen van een trauma zijn niet veel anders dan gewone herinneringen. Wat ze bedreigend maakt voor mensen met een posttraumatische stressstoornis is de betekenis die ze voor hen hebben.

Dat concludeert psychologe Julie Krans in haar studie waarop ze onlangs cum laude promoveerde aan de Radboud Universiteit.

Een kenmerk van een posttraumatische stressstoornis (ptss) is dat je ongewild flashbacks van het ongeluk of ervaren geweld krijgt. De bestaande theorieën gaan ervan uit dat je ze krijgt omdat de normale informatieverwerking door het geheugen uit balans is geraakt. Uit Krans’ experimenten met gezonde proefpersonen die nare filmfragmenten te zien kregen concludeerde Krans dat dat niet juist is. Haar proefpersonen rapporteerden, net als mensen met ptss, namelijk ook flashbacks.

Dezelfde ervaring
‘Ik heb niet kunnen vinden dat de opslag van herinneringen bij getraumatiseerde mensen anders verloopt dan bij deze proefpersonen’, zegt Krans. Wat ze wel ontdekte is dat het krijgen flashbacks alles te maken heeft met de betekenis die mensen hechten aan een traumatische ervaring. ‘Dat verklaart ook waarom de een, op basis van dezelfde traumatische ervaring, wel ptss krijgt en iemand anders niet.

Slow motion
Als voorbeeld noemt ze een professioneel autocoureur die een zwaar ongeluk heeft gehad. In flashbacks herbeleefde hij dat ongeluk telkens opnieuw in slow motion. Hij voelde zich vooral schuldig dat hij niet ingegrepen had. Terwijl hij van zichzelf vond dat hij altijd controle had. ‘Het traumatische voor hem was dat hij kennelijk niet die persoon was waarvoor hij zich altijd gehouden had.’

Efficiëntere behandeling
Krans denkt dat haar bevindingen van belang zijn voor de aanpak van ptss. Een deel van de huidige behandelingen is erop gebaseerd dat patiënten hun traumatische ervaring uit en te na vertellen. Door het trauma her te beleven verwerken ze het, is de gedachte. Volgens de psychologe kan het efficiënter. ‘Met cognitieve therapie ga je na welk betekenispatroon die ervaring zo traumatisch voor die patiënt maakte. Dat kun je proberen dat zelfbeeld te veranderen.’ In een vervolgonderzoek hoopt ze dit nader te gaan onderzoeken. Ook wil ze bekijken of dat van toepassing is op andere ziektebeelden die met flashbacks gepaard gaan, zoals sociale fobieën, dwangneuroses en depressies. (MvK)

Lees hier de samenvatting van haar proefschrift Cognitive mechanisms underlying intrusion development: Intrusive images in analogue trauma

© Psy 29-10-2010

Voor zover ik uit het verhaal begrijp hebben we te maken met soms ernstige enkelvoudige gebeurtenissen. Het wordt heel wat anders als PTSS het resultaat is van langdurig blootstaan aan ernstige traumatische gebeurtenissen en er uiteindelijk sprake is van DIS. Of de cognitieve gedragstherapie dan ook nog het wondermiddel is waag ik op grond van mijn eigen therapeutische ervaring te betwijfelen. Overigens weet ik dat er in de NLP een aardige techniek is ontwikkeld om met wat ik enkelvoudig trauma noem, om te gaan.
Willem van Staalen
vr 12/11
Mw. heeft geexperimenteerd met gezonde mensen en leggt daarna een link naar (directe) traumatische gebeurtenis ervaren/beleven en mensen die nare filmfragementen zien.
Wat J.S. van der Zee al aangeeft is de ene flashback de andere niet en ziet een gedegen vervolgstudie graag tegemoed.
Susan
do 04/11
Ik kan uit mijn ervaringen met getraumatiseerde personen enkel bevestigen dat het vaak voorkomt dat het beeld dat ze krijgen van zichzelf door de ervaring haaks staat op hun zelfbeeld of ideaalbeeld.
Het is natuurlijk wel erg kort door de bocht om te stellen dat we eventjes de cognities moeten aanpassen en klaar is kees. Gelukkig zijn genoeg cognitieve gedragstherapeuten hiervan op de hoogte.
Wouter
wo 03/11
Eeen film zien met iets naars, een boek lezen over iets naars is iets anders dat het nare ERVAREN AAN DEN LIJVE. Zou de ene flash back misschien niet de andere zijn? Onderzoekje waar?
J.S. van der Zee
ma 01/11
cognitieve gedragstherapie werkt lang niet voor iedereen. Ik ben er een voorbeeld van. Ik heb ooit cgt gehad tegen sociale fobie en later ook tegen depressie, maar beide werkten niet.

Je kan wel anders gaan denken, maar als het gevoel niet mee gaat dan heb je niet zoveel aan die andere gedachte. Soms zit het in de emotie en niet in de ratio
Brenda
ma 01/11
De cognitieve therapie is echt een heilig huisje.
Natuurlijk kun je positieve invloed uitoefenen op de cognitie, maar als je je daartoe beperkt doe je de cliënt te kort!
J. Brands
ma 01/11
@ miriam
helemaal eens met je.
wetenschapper blijf bij je leest!
maurice
zo 31/10
Daar gaaan we weer. Het moet weer cognitief aangepakt worden. Zeker geen zin om naar de client te luisteren wat een trauma met je doet.
Miriam
zo 31/10