11 februari 2012

RMO: ‘Onverstandig om centrale indicatie nu af te schaffen’

Gooi het systeem van indicatiestelling in de zorg niet zomaar overboord. Dat stelt de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling (RMO) in een verkennend onderzoek naar de praktijk van indicaties in onder meer de Awbz en de jeugdzorg.

Het Centraal Indicatieorgaan Zorg fungeert al geruime tijd als kop van Jut. Vorig jaar zomer nog pleitten verschillende politieke partijen na een uitzending van Netwerk voor afschaffing van het CIZ. Het orgaan zou slecht functioneren, bureaucratisch te werk gaan en wachtlijsten in de hand werken. Ook over de Bureaus Jeugdzorg wordt zeer kritisch geoordeeld. Uit een meldactie van budgethoudersvereniging Per Saldo bleek onlangs nog dat de Bureaus Jeugdzorg traag zijn met het afhandelen van indicaties.

Niet alleen kommer en kwel
Naar aanleiding van de steeds feller wordende klachten liet het RMO een verkennend onderzoek uitvoeren. In het onlangs gepubliceerde verslag komt onderzoeksjournalist Jelle van der Meer tot een genuanceerder beeld. Het is niet alles kommer en kwel wat het systeem van onafhankelijke indicatie te bieden heeft, stelt hij. En het voert al helemaal te ver om allerlei zaken die misgaan in de zorg – budgetoverschrijdingen, wachtlijsten, incidenten – toe te schrijven aan de centrale indicatiestelling. Het zou daarom zeer onverstandig zijn halsoverkop het bestaande systeem van indicatiestelling te verlaten en weer terug te keren naar de aloude situatie waarin zorgaanbieders zelf alle indicaties verzorgden.

Naar zichzelf verwijzen
Van der Meer schetst hoe vijftien jaar geleden de roep om een onafhankelijker indicatiestelling toenam. Een ambtelijke taskforce stelde in 1995 vast dat de indicatiestelling moest worden weggehaald bij de zorgverleners. Die verwezen namelijk vooral naar zichzelf met een verkeerd en te veel aanbod als gevolg. In de jaren daarna werd in de Awbz eerst gewerkt met regionale indicatieorganen, die later weer opgingen in het landelijke CIZ.

Bureaucratisch
Het staat buiten kijf dat er problemen zijn met de centrale indicatie, daarover komen herhaaldelijk signalen naar buiten. Zij is bureaucratisch en soms duurt het lang voordat er een indicatiebesluit ligt. Zorgaanbieders hebben de meeste kritiek op het systeem. Het is niet alleen bureaucratisch, het levert ook slechts een momentopname, waardoor het lastig is snel te kunnen ingaan op een veranderende zorgvraag.

Cliënten zijn positiever
Cliënten en cliëntorganisaties zijn echter positiever in hun oordeel over het systeem, zo hebben verschillende evaluaties laten zien. Centrale indicatie gaat uit van vraagsturing, dat is een verbetering. Bovendien is de positie van de cliënt versterkt: de procedure is transparanter en objectiever dan voorheen en er bestaat de mogelijkheid bezwaar in te dienen tegen een genomen besluit.
Dat de laatste tijd steeds meer klachten over het indicatieproces naar buiten komen, heeft wellicht niet zozeer te maken met het systeem van indicering, maar meer met het schrappen van de functie begeleiding uit de Awbz: cliënten komen daardoor in de problemen. Daarbij zijn er signalen dat ook de klantvriendelijkheid van het CIZ te wensen overlaat.

Jeugdzorg
In de jeugdzorg moesten vanaf 2004 de Bureaus Jeugdzorg de centrale indicatie op zich nemen. Die waren daar echter niet op ingesteld, wat leidde tot traagheid en kwalitatief matige indicatiestellingen. Maar die matige kwaliteit is niet alleen aan de Bureaus Jeugdzorg te wijten, maar aan de hele sector. In de jeugdzorg is de diagnostiek en verwijzing door professionals niet op orde, concludeert orthopedagoog Tom van Yperen in het onderzoeksverslag van Van der Meer.

Vereenvoudiging
Zowel voor de Awbz als voor de jeugdzorg worden veranderingen doorgevoerd in het systeem van indicatie. In het voorstel van minister Rouvoet van Jeugd en Gezin zijn in de jeugdzorg straks de gemeentelijke Centra voor Jeugd en Gezin verantwoordelijk voor de indicaties. En voor de Awbz wordt de rol van het CIZ veranderd: op voorstel van voormalig staatssecretaris Bussemaker van VWS gaan zorgaanbieders, huisartsen en wijkverpleegkundigen weer meer zelf de indicaties verzorgen. Het CIZ toetst achteraf en behoudt zelf alleen de complexe gevallen. Van der Meer stelt voorzichtig dat deze oplossing een uitweg kan bieden. De RMO geeft nog geen definitief advies over indicatiestelling, maar vindt wel dat het kind niet met het badwater mag worden weggegooid. Voorkomen moet worden dat de toegangsbeslissing tot zorg weer volledig in handen komt van de zorgaanbieders, aldus de raad. (SvD)

Lees hier de Verkenning Indicatiestelling van de RMO
Lees hier het bericht ‘Cliënten dupe van herindicatie CIZ’ 
Lees hier het bericht CIZ: ‘We gaan juist zorgvuldig om met kwetsbare ggz-cliënt’

©Psy 20-07-2010