Spv wint schrijfwedstrijd over bureaucratie
Sociaal-psychiatrisch verpleegkundige/zzp-er Willem Gotink is uitgeroepen tot winnaar van de Psy-zomerschrijfwedstrijd. Onderwerp was dit jaar ‘De horror van de bureaucratie’.
Willem Gotink beschrijft treffend hoe nutteloze en ergerniswekkende handelingen tot absurde situaties kunnen leiden. Maar zijn bijdrage laat ook zien hoe het bijna dwangmatig uitvoeren van instructies het gezonde verstand ondermijnt. En juist dat gezonde verstand is zo handig als je met verwarde en verdrietige mensen te maken hebt.
Er kwamen totaal twintig inzendingen binnen. Zeven daarvan zijn afgelopen weken op deze site geplaatst. Wat de jury opviel is dat in achttien bijdragen de ggz werd aangewezen als de veroorzaker van de bureaucratie, terwijl toch altijd graag naar boosdoeners van buiten wordt gewezen. Enige zelfreflectie is dus misschien op z’n plaats.
Afgemeten aan het aantal inzendingen kun je je afvragen of het niet meevalt met de bureaucratie en of er eigenlijk wel sprake is van ‘horror’. Vorig jaar zomer kwamen er ruim dubbel zoveel inzendingen binnen op het thema ‘De onvergetelijke patiënt’.
Lees hieronder de prijswinnende column.
Bureaucratie in het donker
Denk alsjeblieft niet dat bureaucratie alleen van de overheid of het zorgkantoor komt. De ggz kan er zelf ook wat van. Altijd al.
Tijdens mijn crisisdienst gaat de semafoon. Samengevat: politie, holst van de nacht, verwarde vrouw, klein dorpje.
Ik erop af. Het blijkt allemaal mee te vallen, er is vooral veel misverstand. De vrouw kan naar huis, haar broer blijft bij haar. Er is wel een klein probleem: dat huis is in de grote stad veertig kilometer verderop. Daar kan ik in geval van nood weinig meer voor haar doen en daarom bel ik de crisisdienst aldaar. Die zijn ’s nachts altijd paraat, weet ik.
Kort beschrijf ik de situatie en stel de mijns inziens simpele vraag: ‘Als er vannacht toch problemen zijn, kan zij jullie dan direct bellen? Of toch liever via de huisarts?’
Het ís niét simpel. ‘Dat moet ik even overleggen’, zegt een verpleegkundige aan de andere kant. ‘Haar geboortedatum?’
‘Ze is 46.’
‘Nee, ik moet haar geboortedatum hier invullen.’
Ik geef naam, adres, geboortedatum en meld voor alle duidelijkheid dat ik haar niet wil inschrijven, maar dat ik alleen wil weten of…..
‘Ik moet overleggen en dan moet ik de gegevens hebben. Medicatie?’ Voor mijn geestesoog doemt een formulier op. Oké dan maar. Ik geef antwoord op deze en nog een hele lijst irrelevante vragen. ‘Hoeveel kinderen zijn er?’ ‘Vier.’ ‘Hou oud?’
‘Tussen de 16 en de 24’, schat ik.
‘En de middelste twee?’ Dat weet ik niet, wat duidelijk een probleem vormt.
Het A-viertje voor mijn geestesoog begint een dik pak papier te worden. Ik verzin twee leeftijden. Gelukkig gelooft ze me. Het is ondertussen vier uur in de nacht. Ik heb het koud. ‘Maar u kunt me toch gewoon vertellen wat bij jullie de afspraken zijn?’, probeer ik geïrriteerd. Volkomen zinloos, het protocol moet gehandhaafd.
Een half uur later is het dossier voldoende gevuld en gaat de verpleegkundige even overleggen. Ik moet toegeven, binnen een halve minuut is ze terug, met antwoord. Blijkbaar een geniale collega, die al die gegevens zo snel kan interpreteren.
‘Die mevrouw kan naar de huisarts bellen als er iets aan de hand is’, zegt ze op een toon alsof ze me een dienst bewijst.
Voor alle zekerheid geef ik, tegen alle afspraken in, die mevrouw ook maar mijn eigen telefoonnummer. Stel je voor dat er iets mis gaat.
Lees hier de andere geplaatste inzendingen van de schrijfwedstrijd
© Psy 25-08-2010








