Vechten voor een juiste diagnose
Als kind werd Victor van Dalen (44) dagelijks geslagen en vernederd door zijn aan alcohol verslaafde ouders. Het ruïneerde zijn leven. Na veel omzwervingen bleek dat hij een posttraumatische stressstoornis (ptss) had. In zijn boek De Ruïne beschrijft hij zijn ervaringen.
Hoe zag uw jeugd eruit?
‘Ik groeide op in Brabant, Oosterhout. Vanaf mijn vroegste jeugd werd ik mishandeld door mijn ouders die een drankprobleem hadden. Waar mijn moeder dat met woorden deed - “je bent een debieltje, er komt niets van je terecht” - sloeg mijn vader me bijna dagelijks zo hard in elkaar dat ik naar lucht moest happen.
Op mijn tweeëntwintigste kreeg ik een eigen woning, maar ik kon niet voor mezelf zorgen. Ik had last van nachtmerries en flashbacks. Op mijn werk was ik doodsbang. Als collega’s over me heen bogen om iets te pakken, deinsde ik achteruit en als iemand me aanraakte schrok ik me wezenloos. Verder had ik moeite met gezag; er waren steeds conflicten.’
Heeft u hulp gezocht?
‘Behandelaars stelden telkens de verkeerde diagnose: borderline, schizofrenie, een manische depressie. Op den duur gaven ze me alleen nog pillen, want “ach, die loopt hier al zo lang rond”. Op een goed moment zat ik zo diep in de problemen dat ik mezelf de keuze gaf: zelfmoord plegen of nog één keer naar goede hulp zoeken. Zo kwam ik bij GGZ Friesland in Dokkum terecht waar een behandelaar van het Top Referent Trauma Centrum (TRTC) in Leeuwarden werkte. Zij vertelde me dat ik last had van een posttraumatische stressstoornis (ptss). Ik merkte dat ik haar kon vertrouwen.’
Wat heeft de traumaspecialist voor u gedaan?
‘Zij liet me inzien dat ik leefde in een wereld van constante dreiging. Ik koppelde verleden en heden aan elkaar, legde ze me uit. Ze gaf me oefeningen, zoals het visualiseren van twee beeldschermen; een voor het heden en een voor het verleden. Zodra op het beeldscherm van het verleden herinneringen verschenen, moest ik me concentreren op het beeldscherm van het heden. Zo leerde ik het verleden van het heden onderscheiden. Het ging om een ambulante behandeling van twee jaar waarbij we een keer per week een gesprek van een uur voerden.’
Hoe gaat het nu met u?
‘Ik heb nog geen werk kunnen vinden, want ik heb een verbrijzelde knie en een kapotte rug. Maar ik functioneer verder prima en sta weer positief in het leven. Als ik vijf jaar geleden op een feestje kwam, gedroeg ik me teruggetrokken en zei ik bijna niets. Nu ben ik soms nadrukkelijk aanwezig. Kortom, ik doe weer mee en dat voelt als een bevrijding. Mijn vrouw zegt: “Ik heb een andere man gekregen.” Ze werd dan wel verliefd op de oude Victor, maar die werd ’s nachts gillend wakker.’
Welke boodschap wilt u uitdragen?
‘Er zijn veel mensen die ongeveer hetzelfde hebben meegemaakt. Mijn advies is: zoek hulp, want je redt het niet alleen. Ik zou willen dat mensen hoop uit mijn boek putten, dat ze voelen dat ze niet alleen staan.’
Waar komt uw vertrouwen in de ggz vandaan?
‘Ik ben erg boos geweest op mijn vroegere behandelaars, vooral omdat ze me medicatie voorschreven die mij geen goed deed. Veel behandelaars keken niet verder dan hun neus lang was en stelden een diagnose voordat ze me goed hadden gehoord. Maar je kunt niet boos blijven. Alle lof nu voor de ggz, want uiteindelijk hebben ze me toch kunnen helpen.’
Leven uw ouders nog?
‘Ja, ik heb ze geconfronteerd met het verleden, maar ze ontkennen alles.’ (JH)
De Ruïne. Victor van Dalen en Henriette Faas. Uitgeverij de Brouwerij.
ISBN 978 90 78905 18 9. €17,50.
Klik hier om het boek te bestellen.
De vijf exemplaren van De Ruïne zijn gewonnen door:
Yolanda Kain
Karin van Wijngaarden
K. Hanegraaf
Loes Madern
Astrid Herrebrugh
Zij krijgen het boek thuisgestuurd.
© Psy 02-02-2009








