Verplichte suïcidemelding roept schuldgevoel op
De procedure van de Inspectie voor de Gezondheidszorg om suïcide te melden bezorgt de behandelaar vaak een schuldgevoel. ‘Een suïcide betekent toch niet dat we slechte zorg verlenen?’ Het doel van de meldingsprocedure is bovendien onduidelijk.
Dat blijkt uit onderzoek van klinisch psycholoog Annemiek Huisman, die vandaag promoveert aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Instellingen zijn verplicht suïcides van cliënten te melden bij de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ). Huisman onderzocht deze meldingsprocedure op verzoek van de inspectie. Ze bekeek de internationale richtlijnen voor behandeling van suïcidaliteit, onderzocht de meldingen aan de inspectie, en interviewde hulpverleners, eerste geneeskundigen en inspecteurs.
Schuldgevoel
De meldingsprocedure veroorzaakt een schuldgevoel bij zowel eerste geneeskundigen als bij hulpverleners, concludeerde ze. ‘Eerste geneeskundigen vragen zich af waarom ze de zelfmoorden überhaupt moeten melden. “Een suïcide betekent toch niet dat we slechte zorg verlenen?”, vragen ze zich af. In de somatische zorg hoeven immers ook niet alle sterfgevallen gemeld te worden. De ggz-instellingen zien suïcide – net als sterfgevallen in de somatische zorg – als een zeer vervelend gevolg van een ziekte.’
Kritische vragen
Hulpverleners voelen zich op het matje geroepen door de kritische vragen die de inspecteurs na een melding stellen, aldus Huisman. ‘Soms doen inspecteurs volgens de hulpverleners net alsof zij de cliënt hebben omgebracht. Hulpverleners die een zelfmoord van een cliënt meemaken vragen zich vaak achteraf af of ze wel genoeg hebben gedaan, of ze het niet hadden kunnen voorkomen. Als je dan ook nog zulke vragen krijgt, kan dat heel heftig zijn.’
Onduidelijk doel
Huisman vindt dat de IGZ het doel van de meldingsprocedure moet heroverwegen. ‘Wil de inspectie met de meldingsprocedure de kwaliteit van de zorg verbeteren en de hulpverleners laten leren van iedere suïcide? Of is het de bedoeling incidentele fouten op te sporen? Dat is voor de hulpverleners en instellingen tot nu toe onduidelijk.’
Informatie delen
Bovendien ontbreekt een systematische verzameling en analyse van informatie, stelt Huisman. ‘De inspectie vraagt de instellingen naar het geslacht, de leeftijd, de diagnose en de medicatie van de patiënt. Ook vraagt ze wat de instelling en de hulpverleners van de suïcide geleerd hebben. Heel interessante informatie, maar ze wordt niet gedeeld met andere instellingen. In het Verenigd Koninkrijk gebeurt dit wel. Daar wordt alle informatie opgeslagen in een centrale database. Eens in de zoveel jaar komt daar een uitgebreid rapport over. Een dergelijke database zou ook voor Nederland leerzaam zijn.’
Nieuw systeem
De IGZ heeft Huisman al laten weten meer duidelijkheid te willen scheppen in het doel van de meldingsprocedure. ‘In de toekomst wil de inspectie een model waarbij alleen nog de suïcidegevallen worden gemeld die mogelijk in relatie staan met de kwaliteit van zorg, bijvoorbeeld de suïcides die in een isoleercel plaatsvonden.’ De inspectie bevestigt dit plan. Deze nieuwe procedure zal volgens een woordvoerder eerst bij wijze van proef worden uitgetest bij drie instellingen. (CS)
A.Huisman, Learning from suicides. Towards an improved supervision procedure of suicides in mental health care, promotie 8 juni 2010, Vrije Universiteit, Amsterdam. Lees hier de engelstalige samenvatting van het proefschrift
Lees hier de reportage Bang om te praten. Suïcides in West Friesland Psy 3/2009
Lees hier het bericht Een vader schrijft over de zelfdoding van zijn dochter
© Psy 08-06-2010








