10 februari 2012

Wachttijden voor jeugd daalden in 2009

De wachtlijst in de jeugd-ggz daalde vorig jaar met tien procent, terwijl het aantal behandelingen met vijf procent toenam. Ook de wachttijden namen af. Voor ouderen en volwassenen bleven de wachttijden gelijk, terwijl ook hier de productie iets steeg.

Op 1 januari 2010 wachtten in totaal 27.800 cliënten langer op zorg dan de Treeknormen voorschrijven. De Treeknormen houden in dat tussen het moment van aanmelding en het begin van een ambulante behandeling niet meer dan veertien weken mag zitten, voor een klinische behandeling is dat vijftien weken. Jaarlijks behandelt de ggz zo’n 900.000 patiënten. Het aantal jongeren dat te lang op zorg moet wachten, bedroeg op deze peildatum 10.000, tien procent minder dan het jaar ervoor. De ggz behandelde in 2009 vijf procent meer jonge cliënten. De gemiddelde wachttijd voor jongeren bedroeg op de peildatum van 2008 nog twintig weken, in 2009 lag dat gemiddelde op achttien weken.

Beter organiseren
Volgens GGZ Nederland is de daling van de wachttijden in de jeugd-ggz te verklaren doordat ggz-instellingen hun behandelprocessen beter wisten te organiseren. Minister Rouvoet van Jeugd en Gezin toont zich in een brief aan de Tweede Kamer verheugd over deze ontwikkeling. ‘Ik hoop dat hiermee de eerste stap is gezet in een blijvende daling van de wachttijden in de jeugd-ggz’, schrijft hij.

Ggz haalt niet iedereen binnen
Eerder dit jaar gaf Rouvoet de opdracht tot nader onderzoek van de wachtlijsten in de jeugd-ggz. Hij vroeg zich af of alle jonge wachtenden wel in de ggz thuishoorden, gelet op het ieder jaar groeiend aantal jongeren dat zich voor ggz-hulp aanmeldt. Onderzoek van Bureau Van Montfoort heeft nu laten zien dat het bij bijna dertig procent van de jongeren die zich aanmelden bij een ggz-instelling, niet tot een behandeling in die instelling komt. Er heeft dan wel een diagnose of intake plaatsgevonden. Dit gegeven weerspreekt Rouvoets eerdere suggestie dat ggz-instellingen iedereen binnenhalen die zich aanmeldt voor behandeling.

Niet altijd een stoornis
Er is nog geen eenduidige verklaring te geven waarom aanmelding in ruim een kwart van de gevallen niet tot behandeling leidt. Uit interviews met ggz-werkers leidt Bureau Van Montfoort af dat in een aantal gevallen geen behandeling nodig is, omdat geen stoornis werd vastgesteld. Verder wordt een deel van de cliënten met een behandeladvies terugverwezen naar de eerste lijn, terwijl anderen zorg en begeleiding krijgen in aangrenzende sectoren zoals het onderwijs en de jeugdzorg. (SvD)

Lees hier het rapport ‘Wachttijden in ggz-instellingen’ van GGZ Nederland
Lees hier het rapport ‘Achter de wachtlijst’ van Bureau Van Montfoort

©Psy, 25-08-2010