04 February 2012

‘Ziekenhuisspecialisten en psychiaters moeten elkaars taal leren spreken’

Psychiater Adriaan Honig, wetenschapscoördinator bij het Amsterdamse Sint Lucas Andreas Ziekenhuis, is de eerste (bijzonder) hoogleraar Ziekenhuispsychiatrie. Vorig jaar augustus is hij aangesteld bij het VU medisch centrum en onlangs hield hij zijn oratie 'Mind the Body'. Als hoogleraar is een van zijn leeropdrachten om de samenhang tussen psychische en somatische ziektebeelden beter in beeld te brengen, zowel in de opleiding, onderzoek als de patiëntenzorg.

Adriaan Honig

De huidige opdeling tussen somatische zorg en psychiatrie beschouwt u als een gegeven. Waarom eigenlijk?
‘In het grootste deel van de gezondheidszorg kom je prima uit met deze tweedeling tussen lichaam en geest. Waar het mis kan gaan is bij de zorg voor chronische patiënten. Twintig à dertig procent van de patiënten met chronische lichamelijke symptomen kampen ook met psychische klachten. En omgekeerd geldt dat evenzeer voor patiënten met chronische psychische klachten. Voor hen werkt die opdeling vaak niet goed, waardoor ze niet de zorg krijgen die ze nodig hebben.’

U bent er wel voor om een en ander te verbeteren. Wat zijn voor u de belangrijkste veranderingen die hoognodig doorgevoerd moeten worden?
‘Vooral is het belangrijk dat er bij chronische patiënten meer gescreend worden op bijkomende aandoeningen. We weten dat patiënten met een chronische lichamelijk ziekte meer risico lopen op een depressie. En bij patiënten met een chronische psychische aandoening is dat overgewicht ,hart- en vaatziekten en diabetes. Daar moet je dus in elk geval op screenen. Ook zou er in de vervolgopleidingen tot medisch specialist veel meer samengewerkt moeten worden. Somatisch specialisten en psychiaters moeten elkaars taal leren spreken. Dat gebeurt nog altijd veel te weinig. Want de chronische patiënten die vroeger aan hun kwaal overleden, blijven nu steeds langer leven. En dan moet je je bewust zijn van de grote kans op comorbiditeit.’

Wat is de rol van de ziekenhuispsychiatrie daarin?
‘Die zou het vliegwiel kunnen zijn om meer samenwerking tussen de psychiatrie en de somatiek te bevorderen. Ons dagelijks werk is precies die comorbiditeit. Het probleem is echter dat lang niet alle ziekenhuizen dit als prioriteit zien. Sommige grote ziekenhuizen hebben niet eens een psychiatrische afdeling (PAAZ). En als ze er al een hebben, is die er alleen voor crisisgevallen. Ziekenhuisdirecties denken: dat levert allemaal geen geld op. Terwijl een afdeling cardiologie wel veel geld binnenbrengt. Maar voor de kwaliteit van de zorg, zeker voor de chronische patiënten, is dit wel essentieel.’

Hoe komt het dat zoveel psychiaters zo weinig oog hebben voor de lichamelijke implicaties van psychiatrische aandoeningen?
‘Dat stamt uit het verleden. De psychiatrie is een andere weg gegaan dan de somatiek. En dat speelt nog altijd. Tachtig procent van het budget voor psychiatrie gaat naar de ggz. De PAAZ’en nemen maar een klein deel van psychiatrische zorg voor hun rekening. Weliswaar omarmt de psychiatrie het zogeheten biopsychosociale model, maar in de praktijk blijkt daar niet veel van. Het is een mooi concept, maar het heeft niet echt handen en voeten in het dagelijkse werk.’

In uw oratie besteedt u veel aandacht aan het delier. Waarom licht u dat er zo uit?
‘Delier komt veel voor. Met name bij jonge kinderen en ouderen. Het is ook een ernstige aandoening: tien procent van de patiënten die een delier krijgt overlijdt eraan. Dat is veel. Bovendien is dit ook geen prettige dood, het gaat gepaard met veel onrust en psychotische episodes. Het is van groot belang dat behandelaars en verpleegkundigen dit goed leren herkennen. De overheid eist ook dat alle patiënten boven de zeventig die in een algemeen ziekenhuis opgenomen worden gescreend worden op het risico van een delier. Ik vind dat een goede maatregel.’

Hoe gaat die screening in zijn werk?
‘Bij de intake moet de verpleegkundige drie vragen stellen. Hebt u geheugenproblemen? Hebt u de afgelopen 24 uur hulp gehad bij de zelfzorg? (algemene dagelijkse zelfzorg zoals aankleden, in en uit bed komen en eten en drinken) En: zijn er bij eerdere opnames periodes geweest dat u in de war was? Als een patiënt op minstens één vraag bevestigend antwoordt, dan moet er bij elke verpleegkundige dienst even gescreend worden hoe het ermee staat. Bij een delier moet er dan adequaat behandeld worden.’

U pleit voor meer gespecialiseerde psychiatrische afdelingen in algemene ziekenhuizen. Zijn er nog niet genoeg psychiatrische klinieken?
‘Ja, meer dan genoeg. Maar er zou meer gedifferentieerd moeten worden in type klinieken. Waar ik voor pleit is dat er meer zogenaamde PAAZ-plus afdelingen komen, vooral voor de meer gecompliceerde somatische en psychiatrische problematiek. Ik schat dat er daar nu tien van in heel Nederland zijn. Chronische psychiatrische patiënten met lichamelijke klachten krijgen nu niet de zorg die ze nodig hebben. Neem een patiënt met schizofrenie die in een instelling voor beschermd wonen verblijft. Hij heeft diabetes en als gevolg daarvan open wonden. Om de diabetes te reguleren en ook de psychose goed te behandelen wordt hij korte tijd in een PAAZ-plus opgenomen. Daarna moet hij echter weer terug naar de ribw en daar is niemand die goed voor de open wonden kan zorgen. Die lacune in de zorg moet echt opgevuld worden.’ (MvK)

Lees hier de oratie van Adriaan Honig Mind the Body


©Psy 28-06-2010

Het zou voor elke psychiater verplicht moeten zijn minstens 2 jaar in een algemeen ziekenhuis te werken, het zou voor elke somaticus verplicht moeten zijn minstens 2 jaar in de GGZ te werken. Ooit werd ik zenuwarts door bijna 3 jaar neurologie en 3 jaar psychiatrie te doen. Het heeft mij een professioneel leven lang scherp gehouden op de somatiek en de mind-body interactie. Die meneer op de eerste hulp had geen rotkarakter maar een hersentumor, die mevrouw met een dreigende abortus was niet zwanger maar psychotisch. Dat leerde je gewoon in diensten op de eerste hulp.

(Te vroege) specialisatie heeft nadelen, en moet geen beschermende routine worden. Artsen, ook specialisten, horen generalisten te blijven, en niet te ontaarden tot medische monteurs.

Leen Joele, gepensioneerd zenuwarts, oud A-opleider psychiatrie, oud bestuurder Parnassia
Tue 29/06